De warmte is weg


De dag na haar crematieplechtigheid is guur. Is het toeval, dat de herfst haar intrede doet nadat we afscheid hebben genomen van zo’n warm mens? De warmte is weg. Maar wij moeten verder.

I see dead people“, al sinds mijn jeugd. Ik zag zowel mijn opa als mijn oma in de Haagse binnenstad lopen, terwijl ze al jaren dood waren. Ik zag mijn oom aan de horizon op het strand, lang nadat zijn as werd uitgestrooid in de San Francisco Bay. Ik kan geen begraafplaats voorbij lopen zonder dat er aan me wordt “getrokken” – zo voelt het tenminste: net of er aan m’n hart wordt getrokken. Als ik me dan omdraai, zie ik altijd iemand die hier niet (meer) hoort te zijn. Ja, het is waar: sommige zielen voelen zich nog verbonden met het aardse, hebben verdriet, zijn boos. Het zijn er niet zo veel: naar mijn ervaring gemiddeld 5 per begraafplaats. Wat ze willen? Wat iedereen wil: aandacht, meestal. Het gaat niet zozeer om het rechtzetten van onrecht, zoals in de film “Sixth Sense” wordt gesuggereerd – althans, in mijn ervaring.

Ook mijn schoonmoeder heb ik gezien, tijdens haar overlijden. Terwijl ik mijn moeder beschermde tegen een beeld dat niet haar laatste herinnering aan haar dierbare vriendin mocht zijn, heb ik haar ziel letterlijk haar lichaam zien verlaten – zoiets had ik niet eerder meegemaakt. Ze zweefde als een vaag herkenbare wolk energie door de kamer, zag zichzelf en zocht mij meteen op. Ze maakte het me lastig, omdat ik juist mijn snikkende moeder probeerde te troosten, met op de achtergrond het geluid van een hevig huilende schoonvader. En daar vloog ze dan, tegen het plafond van haar eigen huis: jong, blij en vooral: vrij. Vrij van het aardse, van het leven waar ze zo hard voor gevochten had, vrij van haar lijden. Ik was gerust. Het ging haar goed. Nou wij nog.

Ik gun haar haar vrijheid. God ja, wat gun ik die haar. Ze heeft ’t verdiend na 55 jaar huwelijk. Na het grootbrengen van de complexe zoon, die ze nooit echt kon begrijpen. Na altijd voor anderen te hebben klaargestaan. Maar ik voel me verloren. Iedereen rouwt op z’n eigen manier. Echtgenoot praat veel – zoals gebruikelijk – en denkt veel aan zijn vader, met wie hij altijd een wat moeizame relatie heeft gehad. Hij geeft toe dat hij al zo lang geleden min of meer afscheid van zijn moeder heeft genomen, toen hij door omstandigheden gedwongen het ouderlijk huis verliet. Ik probeer m’n leven weer op te pakken: aan het werk dus! Geen betere afleiding. Maar ik ben regelmatig emotioneel. Moe. En ik heb het niet meer warm gehad sinds haar overlijden: de warmte is weg.

Schoonmoeder én vriendin

Niet dat ik nou zo vreselijk close met haar was – ook zij was maar een mens, met haar eigen beperkingen en tekortkomingen en we waren het lang niet altijd eens. Maar ik heb wel altijd gevonden dat ik het getroffen had met mijn schoonmoeder, die mij beschouwde als de dochter die ze nooit had. En we deelden veel meer dan de liefde voor haar zoon. 12 jaar lang had ik dus twee moeders. Mijn moeder was niet jaloers en “deelde” me graag met haar beste vriendin.
Ik vergaf haar haar kleinburgerlijkheid met gemak en erkende haar overtuigingen als het houvast waaraan ze zo’n behoefte had. Ze stelde zich open vanaf de dag dat ik haar ontmoette en ik kon alles tegen haar zeggen – zelfs dat wat ze liever niet hoorde. Ik hield haar op de hoogte van de beleving van haar “moeilijke” zoon, met wie ze weliswaar een sterke band voelde, maar wie ze eigenlijk nooit goed kon volgen. Samen “klaagden” we over de eigenaardigheden van onze echtgenoten, zoals vriendinnen onder elkaar graag doen. De herkenbaarheid deed ons goed. Net als onze “oplossingen” om beter met die sterke karakters om te gaan. We lachten erom en namen er nog een bakkie koffie op.

We zouden nog zó veel doen: samen winkelen, samen met mijn auto – waaraan ook zij had bijgedragen – op pad. Ik hield altijd stiekem het plannetje in mijn achterhoofd om eens op een rustig plekje uit te stappen, haar de autosleutel te overhandigen en te zeggen: “Zo. Nu mag jij rijden.” Ze speelde lang met de gedachte, haar rijbewijs weer te gebruiken, maar het drukke verkeer en haar kritische echtgenoot (de mijne heeft dat van geen vreemde) weerhielden haar ervan. Ik kon genieten van het gemak waarmee ze in mijn auto – toen nog de Opel Corsa – stapte en het zich gemakkelijk maakte. Ze kon zo intens genieten.
Ze hield van winkelen en ik had graag met haar de winkelcentra in de regio afgestruind, maar winkelen zonder geld is niet leuk. Bovendien kreeg ik het drukker met mijn werk.
Zó veel dingen waar we niet aan zijn toegekomen… omdat de tijd ontbrak. Omdat de dingen nu eenmaal gaan zoals ze gaan en pas na het verlies beginnen te schrijnen, als een half vergeten schaafwond op een vervelende plek. Ik mis haar – niet omdat we elkaar zo vaak spraken, of omdat we zo innig waren. Ik mis het idee dat ze er is – zoals ouders er nu eenmaal altijd gewoon horen te zijn. Echtgenoot en ik hebben lang het geluk gekend van twee complete sets ouders – en dat op onze leeftijd. Een blik op mijn Facebook tijdlijn leerde me dat dat lang niet vanzelfsprekend is. Veel mensen uit onze leeftijdsgroep hebben al afscheid moeten nemen van één of beide ouders.
Mijn vader, de oudste, beet als vanzelfsprekend het spits af met zijn overlijden, eind 2013. Dat greep me meer aan dan ik had verwacht en wakkerde het vuur om te schrijven in mij aan. Ik praat nu meer dan ooit met de man met wie ik bij leven niet kon praten. Ik zie hem regelmatig in die ongrijpbare toestand tussen waken en slapen. Hij stelt me gerust – zoals hij bij leven nooit echt kon.

Ook mijn schoonmoeder zie ik nog met enige regelmaat. En Echtgenoot voelt haar altijd dichtbij. Daar putten we troost uit: de overtuiging dat het haar goed gaat, nu ze het aardse van zich heeft afgeworpen.
“Je hebt gelijk Drea”, zei ze toen ze haar lichaam uit vloog. Ik weet niet waar ze precies op doelde: de rust, die ik haar beloofde, of mijn stellige overtuiging dat er “iets” is na de dood, dat voor iedereen anders is, of mijn raad dat ze moest loslaten, zich losmaken van haar lijden. “Drea” – haar speciale bijnaam voor mij. Alleen zij noemde me zo. Dat mis ik ook.

Voor haar leeftijd was ze jeugdig – dankzij haar strenge voedingsregime had ze het figuur van een jonge meid – en best modern. Al kon ze zich niet altijd losmaken van verouderde denkbeelden, probeerde ze toch altijd met haar tijd mee te gaan. De bereidheid om open te staan voor dingen die ze niet kende, sierde haar. Ze had haar eigen laptop, waarmee ze voornamelijk e-mailde. Dat vond ze – net als ik – een prettige manier om op de hoogte te blijven. Via de e-mail deelde ik onze lotgevallen met haar, en foto’s van haar “kleinpoes” Snoepie en de tuin, waar ze altijd erg van genoot. Ook dat mis ik. Haar contactgegeven staan nog – met een foto – in mijn smartphone en op mijn laptop. Ik kan het maar niet over mijn hart verkrijgen om ze te wissen.

Beeldarchief

Veel dingen hebben we wèl gedaan – daar put ik ook troost uit. In het schijnbaar eindeloze beeldarchief in mijn hoofd zie ik veel beelden terug van dingen die we samen hebben gedaan, plekken waar we samen zijn geweest. Een tijdje gingen we samen naar de Aquafit-voor-senioren klas op de maandagochtend in het Westlandse zwembad De Boetzelaer. Al snel werd ze populair in ons “klasje” en vond aansluiting met onze instructrice, zelf een overlevende van kanker. Samen spraken ze over hun gewonnen strijd. Slechts een paar keer ben ik zonder haar gegaan – als ze weer eens een controleafspraak had – en er werd altijd naar haar geïnformeerd. Sinds haar ziekbed ben ik niet meer geweest. Ik zie op tegen de goedbedoelde vragen. Weet dat het nooit meer hetzelfde zal zijn.
Op de dag van haar uitvaart pakte ik mijn zwarte handtas en vond de tickets van een theatervoorstelling in de Rijswijkse Schouwburg, waar ik samen met haar heen was geweest. Terwijl het huilen me nader stond dan het lachen, kon ik een glimlach niet onderdrukken toen ik dacht aan die avond. Die gedrevenheid, waarmee mijn schoonmoeder door de menigte heen wist te dringen aan de bar, om vervolgens met haar karakteristieke prethoofd met twee kopjes koffie aan te komen lopen. Altijd de gastvrouw. Ik lachte om onze verwarring toen het stuk, waar we beiden helemaal in zaten, naar ons gevoel eindigde als een nachtkaars en wij het einde voor een pauze aanzagen.
Ik zie de camping in Warmond, waar we elkaar voor het eerst ontmoetten en waar ze haar prachtige volle tuin had. Waar ik haar hielp de stacaravan zomerklaar te maken om vervolgens samen op een stoeltje voor de tuin van de zon te genieten, terwijl de mannen zich met de boot bezig hielden. We hadden daar onze intiemste gesprekken. Over mijn keuze voor een kinderloos leven en haar vurige kinderwens. Over de verschillen tussen onze gezinnen, tussen toen en nu.
Toen onze echtgenoten samen op visvakantie in Denemarken gingen, kochten en kookten we samen voldoende proviand voor een hele week, opdat de heren altijd genoeg te eten hadden en zelf geen eten hoefde te kopen of te koken (het dagelijks leven in Denemarken was duur, zo hadden we gehoord). Terwijl de mannen van huis waren, belden we dagelijks met elkaar. We hadden de grootste lol.
Ik zie haar nog voorovergebogen bezig in onze Heijdse tuin hartstochtelijk onkruid plukkend, hele handen tegelijk, terwijl haar zoon kuilen groef voor de vaste planten die ze samen hadden gekocht. Haar roos – een geurige witte met een roze zweem – bloeit nog steeds, al is het eind oktober.
Het uitje met z’n vieren – mijn moeder, tante, schoonmoeder en ik – naar de expositie van Toorop en die éne Klimt in het Haags Gemeentemuseum bleek al te zwaar voor haar. We hadden ons niet gerealiseerd dat ook haar tomeloze energie niet onuitputtelijk was. De chemokuur had z’n tol geëist.
Ik zie haar – met mijn moeder – in vervoering naar het bioscoopscherm staren bij de inleiding van “Mamma Mia” – terwijl ik me stilletjes zat af te vragen of de hele cast van dit cineastisch hoogstandje aan de Prozac was.

Die beelden in mijn hoofd dienen zich op de meest onverwachte momenten aan en zorgen ervoor dat ik vol schiet. Herinneringen zijn goed – maar doen ook pijn. En ik durf toe te geven dat ik niet om háár huil, maar om mezelf. Om het gemis. Ik kan in de tuin in het zonnetje zitten en denken “Had je nog maar één keer van onze tuin mogen genieten”. Ik zie onze poes gedecideerd door de tuin banjeren en bedenk hoe grappig ze dat had gevonden.

Uitvaart

De warmte is weg - ©2016 Andrea Pronk-De Palm #diemetdiekrullenDe crematieplechtigheid, die ze tot in detail zelf had geregeld (“Ik ben een regelaar hè”) was ontroerend. Ze wilde het precies zoals haar schoonzuster, die haar enkele jaren eerder voorging. En de kist van mijn vader vond ze mooi. Alle aanwezigen kregen een waxinelichtje uitgereikt om op en rond haar kist te zetten – “om het licht bij haar te brengen”, zoals de uitvaartbegeleidster zei. De bloemen op haar kist, verzorgd door mijn moeder, waren perfect. Wit en roze, had ik nog gezegd – ze hield immers van roze bloemen. En Echtgenoot hoefde niet lang na te denken over de tekst voor op het lint: “Alles uit liefde” wat haar zo typeerde.
Ze had erop gestaan (“Niet vergeten hoor”) dat de kaarten die ze op haar ziekbed mocht ontvangen, in een mandje met een lint op de kist kwamen te staan. Als dank voor alle steun. Ook de foto voor op de kist had ze samen met mijn schoonvader uitgezocht. Hij had de foto zelf afgedrukt en ingelijst. Er was geen twijfel mogelijk: dit was Anne’s “uitvaartfeestje”: de bijeenkomst ademde dezelfde sfeer, die ze ook in haar huis had gebracht. Ze was voelbaar aanwezig, als altijd de perfecte gastvrouw.

De opkomst was enorm. Zó veel vrienden en bekenden, die soms van heel ver waren gekomen om afscheid te nemen van hun dierbare An. De koren waarin ze zong, de tennisclub van mijn schoonvader, de buren. Toen ik die parade van grijze hoofden langs haar kist voorbij zag trekken, dacht ik aan een scène uit “Lord of the Rings – The Two Towers” waarin de boomherder, de “Ent” tevreden zegt: “Good good good… many have come.

Velen kwamen. En ik zag de krater, die haar overlijden had geslagen. Ze had velen geraakt. Ik zag haar tegen de achtergrond van haar kist, een kamerbrede afbeelding van het strand, waar ze zo dol op was. Ik zag haar naast Echtgenoot staan, toen hij de aanwezigen dankte voor hun komst. Graag had ik al die aanwezigen verteld dat ze niet hoefden te treuren, dat het goed met haar ging. Maar niet iedereen staat open voor wat ik zie. Dus troostte ik zo goed als ik kon, terwijl ik mijn eigen brok in de keel probeerde weg te slikken, een arm om mijn moeder links van mij en een hand op de knie van mijn schoonvader rechts van mij en een scherp oog op mijn stoere, sterke echtgenoot naast hem, die het zelfs wist op te brengen de aanwezigen spontaan toe te spreken. Ze zou zo trots op hem zijn geweest.

Ze kon koppig zijn. Tobberig. Soms onredelijk. Ik heb me soms verbaasd over haar halsstarrig vasthouden aan niet ter zake doende argumenten. Over de opvoeding van haar zoon. Al deelden we veel (onze liefde voor Mucha bijvoorbeeld), we waren ook héél verschillend. Maar we hebben in die 12 jaar niet één keer ruzie gehad. En ze won m’n hart steeds weer met haar opgewektheid, meelevendheid, gevoel voor humor, haar talent voor genieten en haar warmte. Die warmte is weg. Ik mis haar.
Ter nagedachtenis aan mijn geliefde schoonmoeder Anne Pronk-Hendriks:

Alles uit liefde

Advertenties

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s