©2015 Andrea Pronk-De Palm #diemetdiekrullen

Kleine beetjes afscheid


Zaterdag, begin van de avond. Weer thuis na een bezoek met mijn moeder aan mijn dappere schoonmoeder. Moeilijk. Ik heb nog steeds moeite met de gedachte dat ze er binnenkort niet meer zal zijn. En maak me zorgen.

Om mijn schoonvader, die er straks – na een huwelijk van 55 jaar – alleen voor staat. Om mijn echtgenoot, die straks zijn moeder moet missen. Om m’n moeder, die afscheid moet nemen van haar lieve vriendin. En ik, die het zo met ‘r had getroffen, moet het binnenkort zonder schoonmoeder doen. Zonder die lach, die haar hele gezicht doet oplichten en die ik terug zie in het gezicht van Echtgenoot. Zonder haar humor. Zonder haar relativerende kijk op ’t leven. Vrouwen mogen onder elkaar graag een beetje “klagen” over onze mannen – dat deelde ik ook met haar. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat onze mannen veel van elkaar weg hebben. We deelden oplossingen voor dagelijkse ergernissen, lachten er nog eens om en namen nog een bakkie koffie.

Ook ik ga een lieve, trouwe vriendin missen. Nooit meer samen naar het zwembad. Naar de film, of naar een museum. Nooit meer samen in de tuin, waar ze haar liefde voor alles wat groeit en bloeit de vrije loop kon laten en ze ons onkruid met passie bestreed. Geen kerststukken meer van haar hand. Ik zal haar tradities missen – hoe benauwend ik ze soms ook vond. Haar warmte, hartelijkheid, vrijgevigheid en passie voor gezelligheid. Maar ook haar ongezouten oordeel – waar ik me wel eens voor kon generen – en haar nimmer aflatende, oprechte interesse in haar medemens.

Ze wilde euthanasie vanwege haar onverdraaglijke pijn. Er was uitvoerig gesproken met de huisarts, voorbereidingen getroffen, de dag gekozen. Met gemengde gevoelens zette ik die afspraak in m’n agenda en probeerde me de rest van die week vrij te werken van al mijn ondernemersverplichtingen. Maar toen voelde ze zich beter – de pijnbestrijding deed z’n werk – en besloot “het op z’n beloop” te laten – ook al was de uitkomst van dat “beloop” bekend.

We weten dus dàt ze gaat, we weten alleen niet wanneer. Dus gaan we langs – zo vaak als we kunnen. We praten en lachen aan haar bed en zien haar genieten van het gezelschap en de aandacht. Soms lijkt ze haast weer “de oude”, maar een stemmetje in m’n hoofd herinnert me eraan dat ze dat nooit meer zal worden. Ze is mager. Ik zie het beeld dat ik al eerder heb gezien bij anderen die haar voorgingen: een klein poppetje met een iets te groot hoofd in een bed dat veel te groot voor haar lijkt. De woonkamer, waarin we samen aten en praatten, lijkt nu op een ziekenhuiskamer. Met dat bed als middelpunt. Een rollator in de buurt. Een plasstoel. Overal doosjes medicijnen om haar heen. Een tijdschrift, kaarten, een glas water, de TV binnen blikbereik.
We luisteren geduldig wanneer ze praat over haar fysieke ongemakken. Het lichaam neemt afscheid – in kleine beetjes.

Strijd tegen kanker

Ik kan het me nog steeds moeilijk voorstellen, ben nog steeds in ontkenning. Ik heb haar gevecht tegen de kanker meegemaakt. Gezien hoe ze vlak na die zware operatie, waarbij meters darm zijn verwijderd, praats voor tien had en er weer bovenop krabbelde. Zelfs die loeizware chemokuur van bijna een jaar wist ze te doorstaan. Ze baalde ervan dat ze zo veel minder energie had. Wij probeerden haar er voorzichtig aan te herinneren dat ze “al op leeftijd” was en dat ze na die operatie en de chemokuur niet mocht verwachten ooit weer “de oude” te worden. Na de zoveelste controle kreeg ze eindelijk het signaal: “kankervrij” en kon haar geluk niet op. Ze kon haar leven weer oppakken – weliswaar met wat minder energie, maar zeker niet met minder vreugde. Het mocht niet lang duren. De kanker gaf zich niet gewonnen en sloeg nog geen jaar later wild om zich heen. Ze had pijn. Een uitputtende tijd brak aan, ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Tot ook de doktoren zich uiteindelijk gewonnen moesten geven en haar het slechte nieuws brachten dat ze nog maar een paar maanden had. Dat is nu drie maanden geleden. En nóg kan ik het niet geloven. Maar al geeft haar geest zich niet gewonnen, haar lichaam is moegestreden.

Drie maanden genieten van het laatste beetje leven bleek haar ook niet gegund. Eten werd moeilijk – ze kreeg overal last van – en ook haar geliefde wijntje moest ze ontberen. Haar 55e trouwdag heeft ze nog gevierd in een favoriet restaurant, maar zelfs dat moest ze dezelfde nacht nog bekopen met fysiek ongemak. Het duurde niet lang voor het ziekenhuisbed een prominente plek in haar woonkamer kreeg. Ineens ging alles veel te snel. En realiseerden wij ons allemaal hoe kort drie maanden eigenlijk zijn.

Regelaar

In haar ogen brandt nog een vuurtje. Soms niet meer dan een waakvlammetje, soms, tijdens een gesprek over een onderwerp dat haar aanspreekt, oplaaiende vlammen. Ze is nog bij ons. Maar hoe lang nog? Ze vindt het vervelend dat ze zo veel slaapt, zegt ze. Ze is liever “bij haar positieven”. Ze heeft moeite met ontspannen. En met loslaten. Schoonvader runt nu het huishouden. Met hulp, weliswaar. Maar hij doet boodschappen en kookt voor zichzelf. Verschoont haar bed en doet de was. Hij heeft alles onder controle. Toch moet ze zich ermee bemoeien – ze kan niet anders na 55 jaar. Ook haar crematie heeft ze zelf tot in de kleinste details gepland. Haar gezicht licht op als ze trots vertelt dat er petit-fourtjes bij de koffie geserveerd zullen worden. En als er méér mensen komen, is dat geen enkel probleem. Dan wordt er gewoon bijbesteld. Ineens betrekt haar gezicht. Is ze bezorgd of iedereen straks wel een kaart krijgt. Laat terloops vallen dat ze wel 70 mensen verwacht. Mijn moeder wordt wat bleek. Mijn schoonvader schuift onrustig heen en weer op de rollator, die hij er even bij heeft gepakt om op te zitten. Ik herken zijn bewolkte gezicht van de jongere versie bij mij thuis.
“Moet dit nu?” vraag ik m’n schoonmoeder, trek m’n wenkbrauwen op en kijk even opzij naar mijn moeder en schoonvader. Hij springt er bovenop: “Aan dit gesprek heb ik nu niet zo’n behoefte,” zegt hij afgemeten, “alles is nu toch geregeld.”
“Laat dat nu maar aan hen over,” probeert m’n moeder, “zij regelen dat allemaal wel.”
Een koppige blik – daar is ze weer. Dan leunt ze achterover tegen haar kussens en laat het onderwerp rusten.

Machteloos

Mijn schoonvader is vermagerd. Bleek. Breekbaar. Die stoere, sterke man die ik twaalf jaar geleden leerde kennen, is ineens kwetsbaar. Hij maakt alles, 24 uur lang, van dichtbij mee en het sloopt hem zichtbaar. Hij kan er slecht mee omgaan. Voelt zich machteloos. Maar hij hoeft geen hulp. Hij heeft alles onder controle. Hij geeft me een knuffel en stopt me wat geld in m’n hand. Schudt z’n hoofd als ik protesteer.
“Zal je bellen als je wat nodig hebt?” vraag ik, terwijl ik wel beter weet.
Een vermoeid “Jahaa” als antwoord.
Traditiegetrouw staat hij voor het raam als ik met mijn moeder weer in de auto stap. Hij lijkt klein in dat grote raam.

Het is wel goed zo

De volgende zaterdag worden mijn moeder en ik “afgezegd”. Ons bezoek zou te vermoeiend zijn. Maar in de volgende week worden Echtgenoot en ik nog eens opgetrommeld. Mijn schoonvader klinkt paniekerig aan de telefoon wanneer hij zegt dat “het weer mis is”: zijn definitie voor een zware nacht. Echtgenoot werd tijdens een eerdere gelegenheid ruw verstoord tijdens een moment alleen met zijn moeder en sprak zich daarover uit. Hem wordt nog een kans geboden. Maar het moment komt niet weer. We zitten met z’n tweeën bij haar bed in het ongewisse. Wat een emotioneel moment had moeten zijn, voelt onnatuurlijk en geforceerd. We begrijpen niet goed wat er van ons verwacht wordt. We krijgen tot onze verbazing te horen dat “het zo wel goed is”. Ze heeft haar afscheid genomen en heeft er vrede mee, zegt ze. Wat moeten wij hiervan denken? Zijn we niet meer welkom? En in hoeverre is het voor ons ook “wel goed”?

Loslaten

Toch worden we later nogmaals aan haar bed verwacht. En mijn moeder is ook nog een keer alleen geweest – vriendinnen onder elkaar – om opnieuw afscheid te nemen. Net als wij. Een klein beetje. Het definitieve afscheid is onvermijdelijk, al lijkt niemand daaraan te willen denken. Ze is voortdurend met haar lichaam bezig en put hoop uit de kleinste veranderingen. Grillig, soms ronduit onredelijk als ze nu is – weet iemand überhaupt wat zich afspeelt in de geest van iemand, die niet lang meer te leven heeft? – willigen we haar wensen zoveel mogelijk in. Het gaat nu om haar, al realiseert ze zich dat zelf maar half. Als we naast haar bed zitten, doet ze nóg haar best om de perfecte gastvrouw te zijn. Ze kan niet anders. Loslaten blijft moeilijk – ook voor ons – en gaat met kleine beetjes tegelijk.

Afleiding

Haar toestand holt achteruit. Dankzij de pijnbestrijding (zetpillen, injecties en pleisters, omdat ze naar eigen zeggen geen morfine verdraagt) slaapt ze al meer dan ze wakker is. Het zal niet lang meer duren. Maar wanneer het eind komt is voor iedereen de vraag. Dus gaan we door met ons leven, zo goed en kwaad als het gaat. De situatie is voortdurend in onze gedachten, we staan ermee op en gaan ermee naar bed. Echtgenoot is regelmatig stil en afwezig. Als ik vraag hoe het gaat, haalt hij z’n schouders op. Hij weet ’t niet. Ik kopieer zijn gebaar. Ik weet ’t ook niet. Ik vind afleiding in mijn werk – waaraan gelukkig op dit moment geen gebrek – en laat me inspireren door mijn zakelijke netwerk en fijne samenwerkingen. Echtgenoot vindt afleiding in prettige gesprekken buiten de deur. We kunnen er niet níet aan denken. Maar het helpt. Een klein beetje.

Een goed leven

Wat zeg je tegen iemand die niet lang meer te leven heeft? We weten het niet – alles klinkt futiel en zinloos. Als we er weer zijn om nóg eens afscheid te nemen geeft ze aan dat ze nog één keertje samen een bakkie wil doen, met iets lekkers erbij, net als vanouds. Ze heeft het aan de huisarts gevraagd en ze mag nu in principe alles hebben. Maar niet alles combineert met de medicatie. Ze kan niet overal meer tegen. Echtgenoot haalt appelpunten en zet koffie voor ons – zij krijgt thee. Even ís het als vanouds, zoals we met z’n vieren zitten te praten over toen en nu. Over de toekomst hebben we het maar niet. Af en toe valt er een oorverdovende stilte, die slechts onderbroken wordt door het tikken van mijn schoonvaders vele klokken.

“Proost”, zeg ik tenslotte, mijn appelpunt heffend, “op een goed leven.” Want dat was het. Naar mijn mening horen ook teleurstelling en verdriet bij een goed leven. Ze maken je tot wie je bent en stellen je in staat de zonnige momenten (nog) meer te waarderen. De toelichting blijkt niet nodig. Iedereen heft z’n appelpunt en proost met me mee. Mijn schoonmoeder straalt zowaar even als ze van de één naar de ander kijkt. Het voelt écht als vanouds. Of het Kerst is, of Nieuwjaarsdag. Dan zullen we het gemis nog het ergste gaan voelen.

Echtgenoot heeft haar verzekerd dat ze het goed heeft gedaan – al is dat een beetje naast de waarheid, gebukt als hij gaat onder zijn verleden met zijn ouders. Er zijn door de jaren heen veel harde woorden gesproken, verwijten gemaakt. Ik begrijp dat maar half, omdat ik me maar moeilijk een voorstelling kan maken van hoe het moet zijn geweest om in dat gezin op te groeien. In die twaalf jaar dat ik ze nu ken heb ik alle drie kanten van hetzelfde verhaal gehoord en kies geen kant. Alle versies kloppen, alleen de perceptie verschilt. Nu, zo veel jaren later, in deze onwerkelijke situatie, doet het er allemaal niet meer toe. Mijn schoonmoeder moet nu gewoon horen dat ze zich goed heeft gekweten van de belangrijkste taak van haar leven. Echtgenoot is een goede man, met haast ouderwetse normen en waarden – die ervoor gezorgd hebben dat wij elkaar twaalf jaar geleden gevonden hebben. Mijn schoonmoeder heeft het goed gedaan. Ook ik verzeker haar dat ik me geen betere schoonmoeder had kunnen wensen. Ik weet dat ze mij ziet als de dochter die ze zelf nooit mocht hebben. Ze lijkt gerust. En na een kwart appeltaart en een warme thee zie ik haar wegzakken. Weer een klein beetje afscheid.

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s