CC's last ride - Facebook-20160224-110258

Het (on)geluk


Het is nu al weer een maand geleden. Soms voelt het als gisteren, soms als een vage herinnering uit lang vervlogen tijden. Vier weken geleden reed ik mijn allereerste eigen auto in de prak. Als in: total loss, onherstelbaar, overleden. Maar ik kwam er ongeschonden uit – met niets ernstigers dan pijnlijke spieren, blauwe knieën en scheenbenen, een kras in mijn hals van de autogordel en vooral héél veel verdriet over mijn Lime Curry Corsa-B uit 1999. Het geneest allemaal snel: van de kras is nu al weinig meer te zien, de blauwe plekken verkleuren in alle kleuren van de regenboog en trekken langzaam weg en ook mijn overbelaste spieren worden langzaam iets minder pijnlijk. Alleen mentaal schiet het nog niet echt op.

OngeduldTesting22222

Nu ben ik niet gezegend met geduld – een beetje inherent aan mijn sterrenbeeld. Ik kan ontzettend veel geduld opbrengen voor anderen, voor dieren of voor materiaal (ik heb best “priegel”geduld, bijvoorbeeld), maar niet voor mezelf. Dat is tegelijkertijd triest en veelzeggend. Vooral mijn lichaam is een regelmatige bron van frustratie –  het lijf, dat ik regelmatig als “verrader” bestempel, maar dat in werkelijkheid al 50 jaar mijn misbruik tolereert. Waar het vandaan komt weet ik niet, maar ik vind dat zo’n lichaam maar gewoon alles moet kunnen en niet zeuren. Wat nou, spierpijn? Wat is dat voor onzin? En waarom helen die blauwe plekken zo langzaam? Dat ziet er toch niet uit zo in mijn badpak?
Waarop mijn schijnbaar eeuwig geduldige echtgenoot me nóg maar eens een keertje tegelijk klinisch en doeltreffend uitlegt: “Lieverd, je bent van bijna 50 kilometer per uur in één keer naar niks gegaan. Je hele lichaam is door elkaar geschud. Net als zo’n crash test dummy.”
Waarop ik een beeld vóór me zie van een crash test dummy met mijn hoofd erop en weer in snikken uitbarst.
“En ook dát is normaal,” zegt echtgenoot, “gooi het er allemaal maar uit. Het is ook niet eerlijk.”
Het kleine meisje in mij voelt zich meteen aangesproken en huilt nog harder.

Ongeluk nabij rolpaal - foto Fred van der Ende voor WOS.nl
Ongeluk nabij rolpaal – foto Fred van der Ende voor WOS.nl

Niet eerlijk

Het was ook niet eerlijk: alles wat we de afgelopen tijd hadden moeten doorstaan, de burn-out waar ik nog steeds niet helemaal van hersteld was, de overlast, de stress… en vervolgens de klap. In één klap mijn vierwielige vriendin kwijt.
Dat kon er óók nog wel bij. Dat het ongeluk een geluk bij een ongeluk zou blijken, was me op dat moment nog helemaal niet duidelijk. Ik nam het mezelf kwalijk en twijfelde aan alles wat ik had gedaan: hoe hard was ik die bocht ingereden, waarom had ik zo mallotig aan m’n stuur zitten rukken, had ik überhaupt wel geremd?! Mijn echtgenoot, die op de rotonde links was gegaan waar ik naar rechts was gedraaid, had alles in zijn spiegels gezien: zijn vrouw, die in het autootje, dat hij zelf voor haar had gekocht, stuurloos over de weg stuiterde als een knikker in een flipperkast, om vervolgens op een paal te knallen en weer de weg op te stuiteren. Hij wist me te verzekeren dat ik alles goed had gedaan – zelf kon ik niet meer reconstrueren wat er precies gebeurd was.

Gat in mijn geheugen

Toen ik iemand vertelde over het ongeluk, kreeg ik de vraag: “had je een black-out?” Nee, dat niet. Maar wel een gat in mijn geheugen. Er is weinig frustrerender, heb ik gemerkt. Ik kan reconstrueren wat er gebeurd is, maar alleen aan de hand van andere informatie dan die uit mijn eigen hoofd. Ook daar laat mijn lichaam me dus weer eens in de steek – althans, zo voel ik dat.
Ik werd per ambulance afgevoerd – wat ik helemaal niet wilde (“Er is niks aan de hand, ik voel me prima!”) om vervolgens de rest van de dag in het ziekenhuis met mijn hoofd op een plank van de ene foto naar de andere scan gerold te worden. Tot overmaat van ramp kreeg ik een naaldje in mijn linkerhand “voor het geval dàt” – terwijl ik redelijk fobisch ben over naalden. Ondertussen lag ik me maar druk te maken over hoe veel al die foto’s en scans me eigenlijk straks wel niet zouden kosten – vergoedde mijn zorgverzekering dat wel? – en over mijn echtgenoot, die niet week van mijn zijde, maar die net als ik nog helemaal niks gegeten had die dag.
Er werd me herhaaldelijk gevraagd “Heb je iets geraakt met je hoofd?” en aangezien ik ironisch genoeg nu eens géén hoofdpijn had, zei ik steeds lachend “Ik geloof het niet”, omdat ik me dat gewoon niet kon herinneren. Ik begreep überhaupt niet waar al die pijn overal vandaan kwam. Wat een onzin. Ik was toch gewoon uitgestapt, er was nergens bloed, dus mankeerde ik niks. Daar dacht Lars de SEH-arts héél anders over.
“Ik werk volgens protocol”, legde hij uit. En dat hield in, dat hij niets uitsloot en alles controleerde. Daarin werd hij bijgestaan door chirurg Steven en een vrouwelijke internist – die duidelijk enigszins onder protest van een ander “geval” was weggesleept – wier naam ik ben vergeten. Alles ging onder de loep: mijn hoofd (dat bij aankomst in het ziekenhuis meteen werd geïmmobiliseerd), nek (“thorax”), armen, handen, ruggenwervels, bekken, buikholte, benen, voeten en als laatste mijn blaas (toen ik eindelijk overeind mocht komen om te plassen).
“Gratis health check“, merkte echtgenoot op, toen hij weer een beetje kon lachen.
“Dat moet nog maar blijken”, kon ik niet laten op te merken, een gepeperde rekening van de zorgverzekering in mijn achterhoofd. Maar ik was wel erg onder de indruk van de professionaliteit en vooral de vriendelijkheid van de SEH in het HAGA Leyenburg. Toch was het jammer dat er niet even een boterhammetje voor mijn evengoed getraumatiseerde echtgenoot af kon. Daarvoor moest hij maar naar het restaurant. Maar een kudde wilde paarden had hem natuurlijk niet van mijn zijde kunnen slepen, dat hadden ze kunnen weten. Had hij maar in mijn tas gekeken, daar zat nog zo’n maaltijdreep in. Die ik hem later bij de auto natuurlijk alsnog heb gegeven.

Amazing discoveriesAmazing Discoveries

Eenmaal thuis bleek de douche een ware ontdekkingsreis. “Amazing discoveries”, riep ik vanachter het douchegordijn naar mijn echtgenoot, die in de buurt was gebleven, voor het geval ik nog duizelig zou worden. Maar geen leuke ontdekkingen. Het warme water bracht verwondingen onder de aandacht, waar ik me nog niet eerder van bewust was. Zo ontdekte ik ook de schaafwond aan mijn hoofd en moest concluderen dat ik dus wel degelijk “iets geraakt had met mijn hoofd”. Misschien kon ik me dáárom zo slecht herinneren wat er precies gebeurd was? Had ik inderdaad een black-out gehad? Ik werd emotioneel: tranen met tuiten onder de douche. Omdat ik me nu pas voor het eerst die dag realiseerde dat ik bijna dood was geweest. Mijn lichaam toonde de één na de andere stille getuige – en dan mocht ik nóg van geluk spreken dat er, zowel intern als extern, niks écht kapot was. Het enige dat ik me ook écht kon herinneren van het ongeluk, was dat ik me “gedragen” had gevoeld. Of ik níet zat vastgesnoerd in de autogordel, níet tegen de stuureenheid was geduwd, níet door mijn autostoel omklemd. Het voelde of ik gewichtsloos door de auto zweefde. Net als een astronaut. Of een crash test dummy.
Er is een legertje beschermengelen voor me aan de slag geweest die dag, niet in de laatste plaats mijn eigen superheld – die me misschien wel puur met de kracht van zijn gedachten heeft gered.

Klap van de molen

Mentaal was ik er duidelijk slechter aan toe. Alsof ik niet al “herstellende” was van een burn-out sinds eind 2014 en gebukt ging onder zware stress vanwege onze woonsituatie, financiën en werk. Of je nu ziek bent of niet, Gij Zult Werken en als ondernemer vind ik dat eigenlijk ook niet meer dan normaal. Maar ik ben nu eenmaal niet herstellende van een griepje. Een burn-out is toch een ander verhaal. En ik geef het grif toe: het valt niet mee, na een stressvolle verhuizing mijn eenmanszaak weer doen herrijzen en er tijd in steken, tijd steken in netwerken en natuurlijk acquireren, want er moeten nu eenmaal opdrachten binnenkomen om die bankrekening te vullen. En dat alles natuurlijk terwijl je eigenlijk je bed niet uit wilt. Ga er maar aan staan.
Dit kon ik er dus nèt even niet bij hebben. Maar aangezien ook het ongeluk uiteindelijk ook door stress werd veroorzaakt, zit er nog enige logica in het verhaal ook. Boem is ho. En bij mij moest dat kennelijk letterlijk.
Alles stond even stil.

IMG_20160315_172009Life’s too short

Het klinkt afgezaagd, maar ik voel dat ik veranderd ben sinds het ongeluk. Het duurde even (een paar weken, waarschijnlijk is dat erg snel, maar bij mij werkt alles nu eenmaal nooit echt “doorsnee”) maar ik ben tot het inzicht gekomen dat “life’s too short” (nog korter zelfs dan je je realiseert) en dat ik wel verdrietig kan blijven, of gedeprimeerd, maar dat ik daar zelf natuurlijk helemaal niks mee opschiet. Sterker nog, dankzij mijn burn-out en alle beslommeringen rond onze woonsituatie heb ik al genoeg kostbare tijd verloren. Bovendien ben ik deze maand 50 geworden. Een halve eeuw. Dan ben ik “op de helft”, zoals me steeds opgewekt wordt verteld. Maar ik word er niet vrolijk van. Ik heb nooit moeite gehad met ouder worden, tot nu. Nu heb ik ineens haast. Mijn leven kenmerkt zich nu eenmaal helaas niet door een aaneenschakeling van successen – het tegendeel is waar. Als ik nog wat wil bereiken, een “erfenis” achterlaten, mag ik wel opschieten. Nu ben ik best goed bezig hoor, maar mijn beruchte ongeduld speelt me ook hier weer parten. Ik wil mórgen nog die klapper maken, waarmee we in één keer boven Jan zijn, waarmee we in één keer weer opties hebben. Nee, geld is niet belangrijk – behalve als je het niet hebt. Geld betekent vrijheid. Opties. En ik wil eens in mijn leven nog wel eens ervaren hoe dat voelt. Ik wil ervaren hoe het is om “gewoon” een winkel in te lopen en te kunnen kopen wat je wilt hebben. Ik heb niet eens exorbitante wensen. Ik wil alleen maar opties. En vrijheid. “Ja, dat willen we allemáál wel”, roepen onze (voor)ouders. Dus moet er (hard) gewerkt worden.
Aangezien ik geen kinderen heb om “na te laten”, moet mijn nalatenschap ergens anders uit bestaan. Ik wil naar het Boekenbal. Ik wil bij Paagman op de Top 10-tafel liggen. Ik wil prijzen winnen voor mijn auteurschap. Ik wil die vrijstaande bungalow, van alle luxe voorzien. Ik wil naar het buitenland. Ik wil nog zo veel. En, zoals me onlangs nog pijnlijk duidelijk werd gemaakt: life’s too short.
Time’s a wasting.

IMG_20160312_145556_hdrRituelen

Dat houdt in dat ik (nog) veel kritischer moet worden en veel bewuster moet kiezen waar ik tijd en aandacht aan besteed. Het is net of de lessen van mijn psychologe, die me met mijn burn-out hielp, nu pas écht aankomen. Sinds het ongeluk sta ik iedere dag vroeg op, soms nog vóór mijn wekker. Nu slaap ik sinds het ongeluk ook niet echt geweldig, voornamelijk vanwege die spierpijn. Na een halve nacht draaien is het soms gewoon een opluchting om op te mogen staan. Daarbij word ik bijgestaan door onze nieuwe aanwinst in de tuin: een heggemus – mijn absoluut favoriete zangvogeltje. Van die klaterende waterval aan glasheldere toontjes word ik altijd vrolijk – en kan ik niet in mijn bed blijven liggen. Tegenwoordig heb ik zowaar het ochtendritueel, waar ik voor mijn gevoel zo hard voor moest knokken. Tegenwoordig gaat het als vanzelf. Gewoon, omdat ik het wil. Omdat ik het zo hard nodig heb. Omdat ik behoefte heb aan rust en regelmaat, iedere dag. Ik ben ervan overtuigd dat stress de oorzaak is geweest van het ongeluk. Ik was met mijn gedachten niet bij het autorijden. Ik heb mijn eigen gouden regel gebroken: “nooit overstuur de auto in”. Eén onachtzaam moment, één stuurfout – met rampzalige gevolgen. Was ik maar niet zo gehaast van The Greenhouse vertrokken, die dag. Had ik nog maar een kopje koffie of thee genomen, op mijn gemak. Had ik maar tegen Echtgenoot gezegd: “ik zie je thuis wel”, en mijn eigen plan getrokken. Maar ik heb me – zoals gewoonlijk – wéér laten leiden door omstandigheden en dat is me deze keer bijna fataal geworden.

Toeval bestaat niet

Ik was er al veel langer van overtuigd dat alles gebeurt met een reden. Het ongeluk wees ook steeds weer in die richting, waardoor ik er steeds meer van doordrongen raakte dat toeval niet bestaat. Bijgeloof? Misschien wel. Maar sommige dingen waren zó frappant, dat ik er niet omheen kon.
Dezelfde week van het ongeluk was ik met Echtgenoot bij mijn garagehouder om het vrijwaringsbewijs voor CeeCee op te halen. Daarmee was het dan afgelopen. CeeCee was bij mijn garage opgehaald door de sloper. Het einde van een – in mijn ogen – véél te kort hoofdstuk. Mijn garagehouder had heel attent een filmpje gemaakt van CeeCee’s laatste reis. Bijna trots stond ze – op alle vier haar wielen – op de dieplader. Ze had het goed gedaan. Ze had haar taak volbracht. En mijn leven gered.
Terwijl we nog wat napraatten met de garagehouder en zijn vrouw, die op die bewuste dag nota bene mijn auto op die rotonde had zien staan, kwam er iemand binnen om zijn auto op te halen na de keuring die hij eerder had laten doen. Hij liet vallen dat hij eigenlijk een andere auto wilde voor zijn oude vader, die wat moeite had met de instap. Mijn garagehouder zag een kans en nam het op zich op vraag en aanbod met elkaar te verbinden. Tenslotte had hij de auto nèt op de brug gehad en het was niet alleen een automaat, het was ook nog eens een erg goede auto. Voortvarend stelde hij ons voor en bepaalde hij een prijs. Wij voelden ons een beetje opgelaten, dat de goede man zo voor het blok werd gezet. Wij zijn het nog niet helemaal gewend, maar sommige dingen gaan nu eenmaal gewoon anders in het Westland. De man maakte er dan ook geen enkel probleem van en nodigde ons zonder al te veel omhaal uit om even te komen kijken, de auto stond buiten – “Nou, loop maar mee”. Van achter een SUV kwam een prachtige zwarte Ford Mondeo tevoorschijn, waar ik even helemaal stil van werd. De prijs die mijn garagehouder had bedongen, kwam veel te laag op me over voor zo’n prachtige wagen. De man reed de Ford even uit de parkeerhaven, stapte uit met draaiende motor en liet het portier open. “Nou, ga ‘r maar in zitten”. We wisten even niet hoe we het hadden. Terwijl ik nog ademloos naar de auto stond te staren, legde mijn echtgenoot uit dat ik diezelfde week m’n auto nog gecrasht had. “Ach, ’t is maar blik”, was de nuchtere, typisch Westlandse reactie, “Tis toch verzekerd”. Dus ik stapte in. Erg onwennig. “Kijk, zo zet je de stoel naar voren,” zei de man en drukte op een knopje, waarmee de stoel meteen in beweging kwam. Ik was al erg onder de indruk van het luxueuze dashboard met knoppen en lichtjes, afgewerkt met sjieke houten accenten. En wat was ze gróót!
“Ga maar ’n stukkie rijden hoor,” zei de man en deed het portier voor me dicht. Langzaam bracht ik de auto in beweging, het terrein af. Even twijfelde ik bij de uitrit. Dit was waanzinnig! Toen gaf ik toch richting aan en draaide langzaam de weg op. Ik had de bocht nog niet gemaakt of de twijfel viel van me af. Al zolang ik mijn rijbewijs had, reed ik al in auto’s van anderen: de auto van mijn echtgenoot, auto’s “van de zaak” en hun vervangers, leenauto’s uit de politie”pool”. Geen probleem dus: I could do this. Ook de maat viel – bij nader inzien – best mee. Natuurlijk, dit was wel even wat anders dan een “Corsaatje”, maar omdat ze zo soepel stuurde was ze wendbaarder dan ik dacht. Nee, de Ford Mondeo gaf me niet het gevoel dat ik in CeeCee had – die reed ik schaterlachend naar huis toen ik ‘r kreeg – maar ze voelde wel heel erg degelijk. Veilig. En wat was ze mooi met ‘r lederen bekleding en ‘r dash vol toeters en bellen, stijlvol afgezet met hout. Rustig reed ik haar weer terug naar haar rechtmatige eigenaar, die ondertussen met Echtgenoot had staan praten. Hij moest ’t thuis even overleggen, maar dan hoorden we het wel.

Eenmaal thuis kreeg ik de melodie van “Black Beauty” maar niet uit m’n hoofd. Op hetzelfde moment dat ik die stond te zingen in de keuken, ontvingen we een SMS van de eigenaar (“Peet”) van de Mondeo. Hij had overlegd met z’n vrouw en wilde er wel iets meer voor hebben, want hij had er net nieuwe bandjes op gezet en een nieuwe accu erin. Maar als dat geen probleem was, mochten we ‘r hebben. We moesten alleen het geld nog zien te regelen, maar dat bleek dankzij onze lieve ouders geen enkel probleem. Ik was immers tóch bijna jarig. En zowel mijn moeder als mijn schoonouders waren het er allemaal over eens dat het belangrijk was, dat ik zo snel mogelijk weer “mobiel” zou zijn.
Zo beschikte ik dus binnen een week na het ongeluk al weer over een “nieuwe” auto – en wàt voor een! Een Black Beauty. Een Business Babe. Zoals ze hier in het Westland zeggen: “ik heb een behoorlijke auto om me heen”, van alle luxe voorzien, maar bovenal: groot én veilig. Dat ziet men hier graag: “vrouwtjes” veilig en beschermd. Niet dat er iets mis was geweest met CeeCee – mijn echtgenoot had een goede auto voor me gekocht en me gelijk voorgesteld aan mijn nieuwe fijne, betrouwbare garagehouder, die me nooit met een onveilige auto de weg op zou laten gaan. Maar een Ford Mondeo is toch een heel andere klasse dan een Opel Corsa.
Toeval bestaat niet. Alles gebeurt met een reden. Had CeeCee zich opgeofferd om plaats te maken voor BB? Zowel mijn grootvader als mijn vader had “iets” met Ford. Wie zijn er die bewuste dag allemaal voor me aan het werk geweest?

IMG_20160326_141034_hdrOnwards and upwards

Is het toeval dat ik met “BB” ineens een super representatieve zakelijke auto voor de deur heb staan? Een auto, waarmee ik overal kan voorrijden. Een auto, waarmee ik onze geliefde “oudjes” in comfort en luxe kan rondrijden. Een auto, waarmee je met gemak op vakantie kunt. Een auto, die voelt als een taxi. Maar ook een dure auto. Omdat ze in zo’n andere klasse zit, betaal ik meer aan verzekering, wegenbelasting en benzine. Maar dan hèb je ook wat. En een betere motivatie om het zakelijk goed te doen kan ik me haast niet voorstellen. Ik heb de reviews gelezen, de verhalen gehoord. Deze auto kan nog héél lang mee. Als ik erin zit voel ik me beschermd. Ik heb mijn vrijheid op wielen weer terug. Ik kan naar netwerken, klanten, opdrachten, sollicitaties en hoef me daarbij niet beperkt te voelen door afstand. Het voelt nog een beetje vreemd en ik kan niet ontkennen dat ik af en toe nog steeds rouw om mijn Lime Curry vriendin. Ik durf nog haast niet blij te zijn met mijn nieuwe auto. Maar mijn Business Babe Black Beauty wacht geduldig met een volle tank voor de deur, klaar om nieuwe avonturen met mij te beleven en bovenal: om me veilig weer thuis te brengen. BB is een groots bezit. Een ongekende luxe. Maar luxe went snel…

Mijn eerste eigen auto zal ik nooit vergeten. Mijn vriendin op vier wielen. CeeCee’s geest leeft voort – in onze Astra, want die kon haar nieuwe accu erg goed gebruiken, in BB – mijn cadeau – én in mij.

2 gedachtes over “Het (on)geluk

  1. Wat heb je de gebeurtenis en wat het met je heeft gedaan mooi neergezet… Ik voelde met je mee… Cee Cee heeft haar taak met verve gedaan. De prachtige Mondeo (had dezelfde maar dan in station uitvoering) gaat jouw op weg helpen naar een geweldigste toekomst!! Je nalatenschap is er al… Iedereen die jou kent weet dat je zo een mooi mens bent!! En is blij met jou in z’n leven. De basis van jou pad is er dus allang!! Je kunt hem alleen nog aankleden met jouw wensen…
    Liefs xx

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s