DSC_0735

Dag, Den Haag


Met gemengde gevoelens verliet ik eind vorig jaar na 48 jaar “mijn” stad, Den Haag. Ik heb me er járen tegen verzet, ook omdat ik geen alternatieven kon bedenken voor “mijn” mooiûh stad agtûh de duinûh. Waar anders word je gewekt met het geluid van meeuwen én ganzen, hoor en ruik je de zee – als de wind goed staat – en vind je zo’n mooie mix van stedelijke architectuur, historische gebouwen, groene parken en plantsoenen en… het strand? Waar de westenwind bijna net zo’n constante factor is als de noordoostpassaat op Curaçao, de bakermat van mijn vader. De internationale Stad van Vrede en Recht – waar de grootste hoeveelheid culturen op ruim 100 km2 bij elkaar woont. Ik was er lang trots op, een Hagenees te zijn.

Krachtwijk

Bethlehem_ziekenhuisGeboren in het oude Bethlehem, opgegroeid in het Statenkwartier, de vleugels uitgeslagen op de Laan van Meerdervoort, teruggekeerd in het Statenkwartier en vervolgens weer naar Bouwlust/Vrederust (tegenover wat ooit mijn geboorteplek was), heb ik aardig wat kanten van onze Residentie gezien. En mijn werk – 25 jaar als uitzendsecretaresse, vervolgens ondernemer en gedetacheerd informatieprofessional – bracht me op de plekken die ik zelf niet direct zou opzoeken. In mijn “tour de La Haye” met het openbaar vervoer door de stad heb ik me steeds weer zowel positief als negatief verbaasd. Over de vele nieuwbouwprojecten, de leegstaande kantoren, de herinrichtingen en renovaties, de prettig opgeknapte plantsoentjes, de “krachtwijken”. 5 jaar heb ik in zo’n “krachtwijk” gewoond. Veel kracht heb ik er niet van gekregen. Wel geluidsoverlast, discriminatie en zelfs intimidatie. 5 jaar jezelf niet kunnen horen denken, 5 jaar een onveilig gevoel, 5 jaar ergernis, frustratie en wanhoop.

Alles is betrekkelijk

Toen Echtgenoot en ik van mijn oude(rlijk) huis in het Statenkwartier, vol hoop, idealen en dromen (ja, die heb je ook nog als je al “wat ouder” bent), “vluchtten” naar Vrederust, verheugde ik me, na 17 jaar een douche in mijn keuken te hebben gehad, op de badkamer in het nieuwe appartement. In ons nieuwe huis, gebouwd in de jaren ’50, hebben we weer “ouderwets” een doucheruimte in de keuken. Het totale woonoppervlak is – op papier – een flink stuk minder dan in ons appartement. Maar qua effectieve ruimte gaan we er juist op vooruit. “Fijne ruime flat”, hoorden we destijds regelmatig. Maar met beperkte bergruimte is die ruimte betrekkelijk. We hebben een kamer moeten opgeven om onze spullen in op te slaan, want een kelderbox was er niet. Die was kennelijk opgeofferd voor een parkeergarage – waar overigens àltijd water stond. En een inpandige berging is al snel vol met een CV-ketel en een wasmachine erin.
Wat heb je trouwens aan ruimte als je niet met plezier thuiskomt? Als je een zwaar gevoel bekruipt zodra je de wijk inrijdt? Wat heb ik aan een grote badkamer als ik er niet ontspannen kan douchen, maar bij het minste geluid de neiging moet onderdrukken de douche uit te rennen omdat er misschien wéér aan de galerijdeur wordt gemorreld?
Het Podium, Den Haag ZuidwestHet appartementencomplex waarin wij woonden, werd in 2009 opgeleverd. Lekker nieuw, dachten wij. Dat gaat vast wel een tijdje mee. Maar de eerste scheuren werden al na een paar jaar zichtbaar. Geen wonder, want het gebouw staat aan een drukke verkeersader: de Vrederustlaan – die haar naam beslist géén eer aan doet. Dat veroorzaakt niet alleen geluidsoverlast, maar vooral trillingen. Het gebouw is dus voortdurend in beweging. En dat is te merken. Scheuren in de strakke badkamermuren, stukken voegsel op het balkon.
We wonen nu weer in een “oud” huis – uit de 50’er jaren. Een huis dat niet voortdurend ruikt naar betongruis of gipspoeder, maar naar baksteen en hout. Het voelt solide. Ouderwets. Degelijk. Comfortabel. Een écht thuis.

Buiten

En wat heb je aan een “Mediterraans” balkon als je er nooit kunt zitten? Als je praktisch op schoot zit bij je buren dankzij de inzichten van een idealistische architect, die denkt dat dàt “sociaal” is, je in de constante verkeers- en bouwherrie zit en je boompjes en planten bezwijken onder de zwarte uitstoot van al die voertuigen die dagelijks voorbijkomen? Kopje muntthee? Lekker, als je eerst het zwart van de muntplant hebt afgebikt. En dan heb ik het nog niet eens gehad over onze medelanders – want daarmee begeef ik me natuurlijk op glad ijs – die erin lijken te volharden hun moers’ taal op een (te) hoog volume te spreken en gewoontes hebben die niet de onze zijn. Dan kun je nog zo tolerant zijn en je best doen te integreren in je eigen wijk, als je daar dagelijks écht last van hebt, bekruipen je toch gevoelens die je liever niet had gehad.
DSC_0545Alleen onze poes Snoepie kon het balkon waarderen. Kennelijk kan zij iets wat wij niet kunnen: zich afsluiten voor al dat geluid. Wij keken van binnen, met de ramen dicht tegen de herrie, met enige afgunst naar hoe ze duidelijk lag te genieten van de zon.
Op ons nieuwe adres hebben we weer een tuin. Een rustige, oud-Hollandse tuin. Lekker aan alle kanten afgebakend met een solide schutting. Die niet, zoals in het Statenkwartier, grenst aan het schoolplein van de plaatselijke VMBO, maar aan de dijk en waar je de zee kunt horen ruisen. Geen wonder, want het strand ligt om de hoek. De overvolle werkkamer van mijn echtgenoot is enthousiast verruild voor een eigen werkkamer in huis én de stenen schuur buiten in de tuin. Alle ruimte om met zijn gereedschap en materialen uit de voeten te kunnen. Ik kan me nu al verheugen op al het moois dat daar ongetwijfeld tot stand gaat komen.

Lijden in stilte

Het allermooiste aan ons nieuw thuis is de rust. Voor twee mensen die eerder al het Statenkwartier ontvluchtten vanwege bouw- en burenoverlast en vervolgens ruim 5 jaar in geluidsoverlast hebben moeten leven is deze rust bijna ongelofelijk. We kunnen weer vogels horen. Niet dat die er in Vrederust niet zijn, maar de meeste worden overstemd door het voortdurende verkeersgeraas. Nee, de “Vrederustlaan” doet haar naam zeker geen eer aan. De ironie is ronduit pijnlijk.
Mensen die nooit met geluidsoverlast hebben geleefd begrijpen niet hoe dat ingrijpt in je leven. Geluid maakt meer kapot dan je lief is:

Geluidsoverlast kan je gehoor beschadigen, hartziekten en vaatziekten veroorzaken en je slaap verstoren – wat weer kan leiden tot vermoeidheid, verminderde leerprestaties, depressies, verminderde weerstand, ongelukken, diabetes, ongezond gewicht en verhoogde bloeddruk.

[Bron: Rijksoverheid.nl]

Onvoorstelbaar dus dat er zo weinig aandacht aan dit groeiende probleem wordt geschonken en er zo weinig tegen te ondernemen blijkt – en geloof me, dat hebben we geprobeerd! We kregen overal nul op het rekest. Want geluid is – net als goede smaak – subjectief. En dus faalt de wetgeving.

Van alle dromen, plannen en ideeën die we hadden toen we in Vrederust kwamen wonen, is in die ruim 5 jaar weinig terecht gekomen, afgestompt en murw als we werden van de herrie.
Natuurlijk, we hadden ons huiswerk beter kunnen doen. Maar we moesten destijds snel weg, kwamen niet in aanmerking voor sociale woningbouw en het vrije sector (huur)aanbod bleek beperkt. Anders hadden we natuurlijk nooit bewust gekozen voor die véél te dure betonnen doos in die “krachtwijk”. We zijn ook voorgelogen door een slimme makelaar die even snel een dealtje wilde maken. Expliciet vroegen we of er enige ontwikkelingsplannen waren in directe toekomst. Nee hoor, niks aan de hand. Binnen het jaar werden de eerste palen geheid op het veldje naast ons wooncomplex. In die 5 jaar die we in het appartement hebben doorgebracht is er niet één jaar geweest dat er niet werd gebouwd in onze directe omgeving. Hoopten we op een adempauze, dan verrees de volgende kraan al weer aan de horizon. We hadden ook gevraagd of er iets te melden was met betrekking tot de horeca-ondernemer schuin aan de overkant. Wederom, niks aan de hand. Nog geen jaar later voelden we ons genoodzaakt bij de gemeente een klacht in te dienen vanwege geluidsoverlast. Er veranderde weinig. Politie en gemeente konden weinig doen, hoewel we een heel dossier hadden opgebouwd.

Redding nabij

Als de nood het hoogst is“Als de nood het hoogst is, is de redding nabij”. Nooit eerder hebben we dat gezegde zó goed begrepen – en onderschreven. We wisten niet beter dan dat we er nog lang moesten wonen, in die veel te dure flat in de Haagse krachtwijk. Aan een toekomst durfden we maar niet al te veel te denken. Onze nieuwe start werd ons geheel onverwachts in de schoot geworpen. Natuurlijk was dat niet meer dan het resultaat van onze eigen inspanningen, maar de timing had niet beter kunnen zijn. We werden uitgenodigd voor een groepsbezichtiging (met andere gegadigden) voor een eensgezinswoning in Ter Heijde. Toen ik het huisje tegenkwam op Woonnet Haaglanden wilde ik in eerste instantie niet eens reageren. “Maar het is een dórp,” verzuchtte ik tegen Echtgenoot, “600 inwoners! Binnen een maand ken je iedereen en erger nog: kennen ze jou ook! Wij zijn toch geen dorpsmensen?”
“Reageer tóch maar,” zei Echtgenoot. Ik heb er een goed gevoel bij. En stadsmensen zijn we toch ook niet, dat is hier wel bewezen.” Dat kon ik niet ontkennen. Ergens was ik stiekem ook wel gecharmeerd van het dorpsgevoel – het Statenkwartier had dat vroeger ook. Je kende de kruidenier, de groentenboer en de kaasboer – wiens dochter trouwde met de eigenaar van de schoenenwinkel. Je kende iedereen en iedereen kende jou. Mijn moeder was gelukkig zelden ziek, maar zodra ik alleen in de winkels verscheen, werd er altijd meteen naar haar gevraagd. Naarmate ik opgroeide maakten de vertrouwde buurtwinkels plaats voor de grote ketens als Blokker en de Trekpleister. Tegen de tijd dat de expats het Statenkwartier ontdekten waren er weinig “oorspronkelijke” winkels meer over. Echtgenoot was, als echte Scheveninger ook gewend aan een dorpsgevoel en miste dat in Den Haag.
En zo werd het toch nog even spannend. We gingen vóór de dag van de bezichtiging zelf even kijken. Spraken onze mogelijk toekomstige buren. En werden verliefd op dat 50’er jaren huisje achter de dijk. Na de zenuwslopende bezichting, waarna later bleek dat niemand anders interesse had getoond in het voor de meeste kandidaten toch wel wat gedateerde huis, moesten we vóór een strakke deadline nog de nodige papieren inleveren. Na een informatiegesprek bij de woningcorporatie kwam dan toch eindelijk het verlossende woord: de woning werd ons aangeboden.

Verhuisstress

IMG_20141014_114704Zoals dat nu eenmaal gaat met verhuizingen moest er in (te) kort tijdsbestek véél geregeld worden. Behalve de verhuizing van al onze spullen – en een mens verzamelt wat in de loop van die 11 jaar die we inmiddels samen zijn – en het omzetten en opzeggen van de nutsvoorzieningen moest het appartement natuurlijk weer in “oorspronkelijke staat” worden teruggebracht en “bezemschoon” worden opgeleverd. Dat bleek nog de grootste uitdaging. En als je beiden al zo gestresst bent kun je die verhuisstress er nou nèt niet bij hebben. Gelukkig werden we – als altijd – bijgestaan door onze ouders, hadden we een paar gelukjes (zo mochten we het behang in het appartement gelukkig laten zitten) en hebben we ook deze beproeving weer overleefd. Met een bewuste klap trok ik na de eindinspectie met een opgelucht gevoel de galerijdeur achter me dicht. Hier hoefde ik nóóit meer te zijn.
Nee, ons nieuwe thuis is nog lang niet “klaar”. Maar dat is niet erg. We leven met liefde tussen de kale muren en vloeren, dol als we zijn op dit vriendelijke huis vol mogelijkheden achter de dijk. Eerst moet er worden uitgerust. Stress doet (te) veel met een mensenlijf. Dat wordt pijnlijk duidelijk zodra de ontspanning zich eindelijk aandient. En al maak je samen een nieuwe start, blijkt het toch lastiger dan verwacht om de doorgemaakte ellende definitief achter ons te laten. Stukje bij beetje krijgt ons nieuwe thuis meer vorm, maar haast maken we daar niet mee. We zijn nu immers écht thuis.

Cultuurschok

Ter Heijde aan zeeAls je zó lang in “de grote stad” hebt gewoond is het even wennen, het dorpsleven. Maar van een cultuurschok is toch niet echt sprake. In het dorp, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan, gelden over het algemeen nog “ouderwetse” normen en waarden – dezelfde als die waar wij mee zijn opgegroeid. En onder gebukt gingen. Want die normen en waarden zitten je alleen maar in de weg in een samenleving die ze niet meer hanteert.
Natuurlijk is er overal wat. Maar in vergelijking zijn we zó veel beter af. Waar we 7 dagen per week, 24 uur per dag naar verkeersgeraas en (bouw)werkzaamheden mochten luisteren tot onze oren piepten en gonsden, genieten we nu van momenten van échte stilte. En die zijn er veel in Ter Heijde. Precies wat we nodig hadden. In het dorp – maar ook daar vlak buiten – zegt men elkaar nog gedag, je maakt gemakkelijk een praatje. Ouderwets. Fijn. Sociale controle heeft ook zeker zo z’n nadelen (de meeste cliché’s zijn waar). Maar het geeft ergens ook een veilig gevoel.
Ik heb Den Haag nog geen dag gemist. En dat is ergens best raar voor zo’n verstokte Hagenees. Het is dat onze ouders er nog wonen, anders hadden we er echt niks meer te zoeken. Zodra we het Westland uit en de stadsgrens over rijden voelen we de stress al weer om ons heen en zijn we blij en opgelucht als we de stad weer mogen verlaten. Nu we definitief weg zijn uit de stad valt het meer op dan ooit: stadsmensen zijn écht anders dan dorpelingen. We zouden ons wel moeten aanpassen. Maar in de gesprekken met onze nieuwe buurtgenoten werd ons steeds weer op het hart gedrukt: “wees gewoon jezelf”. Gek genoeg hebben we daar nog de meeste moeite mee. Wij wijken in veel opzichten af van “de norm”. Daarin hebben we elkaar destijds ook gevonden. Als je altijd het gevoel hebt alleen te staan, wil je graag ergens “bij horen”. Ook in het dorp achter de dijk zijn wij – als ZZP’ers die hun eigen tijd indelen – weer apart, anders dan de rest. Maar we worden tenminste wel vriendelijk behandeld.

Er is overal wàt

We werden al gewaarschuwd door de woningcorporatie tijdens het “informatiegesprek”, voordat we onze nieuwe woning konden betrekken. “Tja, er is natuurlijk overal wel wàt…”, en dat is ook zo. 50’er jaren huisjes zoals het onze zijn gehorig. Erg gehorig. Dus je kunt haast niet om de leefgeluiden van de buren heen. En de één leeft nu eenmaal rustiger dan de ander. Het zij zo. Waar je in dit Westlandse dorp tenminste op mag rekenen is dat mensen leven volgens een vast stramien, een ritme. Westlanders hebben – niet voor niets – de naam harde werkers te zijn. En dat ritme? Je kunt er de klok op gelijk zetten. En zo weet je ook weer met een bepaalde zekerheid wanneer het weer stil zal zijn. In de stad hadden wij ons een wat afwijkend leefpatroon ontwikkeld. We zijn nachtbrakers geworden. Waarom? Omdat het ’s nachts stiller was. Niet eens écht stil, zoals wij menen dat de nacht zou moeten zijn, maar het scheelde tenminste iets met overdag. Dan hadden wij eindelijk het gevoel een beetje te leven en onze eigen gedachten weer te kunnen horen. Dat afwijkende ritme zit er ook hier nog een beetje in. We gaan nog steeds veel te laat naar bed en staan relatief laat op. Dan ontkom je er haast niet aan dat je soms gewekt wordt door iets dat je niet helemaal had voorzien. Overgevoelig als we zijn geworden voor geluid(soverlast) schieten we in eerste instantie meteen in de stress, om die “overlast” gelukkig weer snel als “woongeluiden” te relativeren. Als je het Westlandse ritme een beetje door krijgt is dat heel leefbaar. Regelmatig kijken Echtgenoot en ik elkaar met een gelukzalige blik aan op die momenten dat we van de stilte genieten. Échte stilte. Die hadden we in Den Haag nooit. Sommige mensen worden daar vrolijk van, zo’n stad die nooit slaapt. Die àltijd leeft (of “bruist”, zoals Den Haag graag mag beweren). Wij zijn na al die jaren tot de conclusie gekomen dat wij daar niet bij horen.

Dag, Den Haag

Zoekend door mijn nogal omvangrijke fotocollectie naar foto’s voor deze blogpost realiseer ik me dat de afgelopen jaren natuurlijk niet allemaal één en al ellende zijn geweest. We hebben veel door- maar ook meegemaakt in die 5 jaar in Den Haag Zuidwest. Ik liet mijn beste vriend Mick achter in de tuin van mijn ouderlijk huis, maar kreeg er een Echtgenoot bij. Er is hard gewerkt en veel ondernomen in die 5 jaar, evenementen bezocht en de rust opgezocht. Na Wobbel en Gizmo kregen we Snoep in huisthird time lucky. We genoten van het licht, het voortdurend veranderende uitzicht en de vogels in Zuidwest. We probeerden er nu eenmaal het beste van te maken.

We probeerden afleiding te zoeken, te vergeten. Soms zelfs een beetje krampachtig. Als we maar even wèg konden zijn. Al was het maar voor een dagje, even de financiële zorgen, de overlast, de slapeloze nachten vergeten. Heel even maar zorgeloos zijn. Maar het voelde soms net of we niet móchten genieten, niet móchten lachen. Eén goede dag leek meteen te worden afgestraft met een zware week. En nee, dat soort dingen kun je op social media niet kwijt. Zodra je het er met anderen over hebt, ben je overgevoelig, moet je je niet zo aanstellen: “Dan ga je toch lekker in een hutje op de hei wonen”, werd een gevleugelde uitspraak waar we net zo min iets mee konden als de briljante uitspraak “Dan verhuis je toch gewoon?”

Geen kant meer op kunnen, het gevoel van échte wanhoop: ik zou het mijn vijand nog niet toewensen!

Den Haag – 48 jaar was ik er “thuis”. Zong ik “Oh, oh Den Haag” vol overgave mee – tot ik góed ging luisteren naar de tekst. En me bedacht dat die nog steeds toepasselijk was. Toen mijn vader nog leefde, zat hij altijd vol verhalen over het Den Haag van toen. Dat klonk al zó anders dan het Den Haag dat ik kende. En in de loop der jaren, waarin hij door zijn slechtziendheid aan huis gebonden was, moest ik hem soms vertellen dat bepaalde plekken uit zijn verleden nu écht tot het verleden behoorden. Daar konden we beiden melancholisch van worden. Den Haag is inderdaad gedurende mijn levenstijd wel heel erg veranderd.

Ik zou best nog wel een keertje… ach, wat leg ik toch te dromen
Want Den Haag is door de jaren zo veranderd, voor mij toch veel te vlug. ..

[Harrie Jekkers]

Van stadsmeid naar dorpeling. Als je me dat een paar jaar geleden zou hebben verteld, had ik je waarschijnlijk vierkant uitgelachen. Zó hield ik van mijn stad, Den Haag. Er ligt 48 jaar aan voetstappen en herinneringen. Maar Den Haag heeft me ook teleurgesteld. Mijn dromen doen vervliegen. Mijn hoop de kop ingedrukt. Mijn hart gebroken.

Als ik van buiten de stad Den Haag in kwam en Snackbar “De Vrijheid” zag, dacht ik dat ik (bijna) thuis was. Nu loop of rijd ik op de karakteristieke Heijdse rode dakpannetjes aan en weet ik dat ik thuis ben.

IMG_20141204_104048

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag Den Haag, ik mis je niet.

Een gedachte over “Dag, Den Haag

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s