trouwdag D en D 051

Mevrouw Pronk


Deze week ben ik getrouwd. Gratis, wel te verstaan. Toepasselijk, in onze huidige financiële situatie. Maar het gevoel is er niet minder om, onze huwelijksdag niet minder speciaal. Na 10 jaar samen voelden we beiden de behoefte om het “officieel” te maken. Nu is het officieel: ik ben mevrouw Pronk. En daar ben ik blij mee.

What’s in a name?

Waarom ben ik nu zo blij met die naam? Het is een vrij algemene, Scheveningse naam. Om alle Haagse Pronken niet te schofferen, moet ik hier ook even vermelden dat er ook een uitgebreide Haagse tak Pronken is. En ik maak me sterk dat Nederland veel Pronken kent. Wij Nederlanders staan tenslotte historisch bekend om onze reis- en pionierslust. Overal ter wereld kom je Nederlanders tegen – en daar zijn vast veel Pronken bij.
Geen bijzondere naam dus, Pronk. Of juist wèl; het hangt er vanaf hoe je er tegenaan kijkt. Ik ben er in ieder geval trots op, mezelf mevrouw Pronk te mogen noemen.

Pronkwapen

Echte naam

Gefrustreerd door geldgebrek, heeft mijn man wel eens verzucht: “Waarom zou je met mij willen trouwen? Ik heb je niks te bieden”, maar niets is natuurlijk minder waar. De afgelopen 10 jaar hebben we samen al veel lief en te veel leed gedeeld en hebben we voor elkaar gezorgd. Maar niet op de traditionele manier. Want wat mag je anders verwachten van een relatie tussen een man van Venus en een vrouw van Mars dan dat de rollen in ons huishouden zijn omgedraaid? De afgelopen jaren ben ik (voornamelijk) de kostwinner geweest en mijn man huisman. En dat bevalt ons (meestal) prima. Ook in een relatie zou je gewoon moeten doen waar je goed in bent, toch? Die constructie zal niet veel veranderen door ons huwelijk. Dat was dus ook niet de reden waarom we wilden trouwen. Maar we wilden na 10 jaar wel eens het één en ander officieel vastleggen. Toen ik voor mijn werk nog veel op de weg zat, vond ik het een naar idee dat mijn partner dakloos en met lege handen zou achterblijven als mij iets zou overkomen. Nu kan dat ook geregeld worden bij de notaris, met een samenlevingscontract, maar daar hebben we geen geld voor. Een gratis huwelijk dus, met dank aan de Gemeente Den Haag. We hebben er wel wat voor over moeten hebben: in mei 2013 gingen we in ondertrouw (want dat moet nu eenmaal) en kregen te horen dat de eerst beschikbare datum 18 februari 2014 was. Dat klonk toen wel héél erg ver weg. Maar we wilden persé een gratis huwelijk. En persé op het Stadsdeelkantoor Scheveningen (niet in Escamp, waar we wonen). Op de dag zelf mochten we vroeg uit de veren, want er zou om 09:00 uur getrouwd worden. Maar mijn man gaf me het perfecte huwelijkscadeau: een échte naam!

Overzeesch rijksdeel512px-Curaçao1836

Hoe zit dat nu dan met “mijn” naam? Dat is best een verhaal. Mijn vader, de naamdrager, werd in 1922 geboren op ons – toen nog – “overzeesch rijksdeel”, Curaçao. Dat dat nogal een andere wereld is, vergeleken met Nederland, zal iedereen beamen. Maar los van de in het oog springende verschillen, zijn er ook dingen die je misschien niet meteen zou verwachten van die populaire vakantiebestemming.
Geïndoctrineerd door beide ouders, heb ik geen liefde voor dat eiland. Ik ben en voel me 100% Nederlandse. Op mijn twaalfde, na de de lagere school, vond mijn vader het tijd me kennis te laten maken met mijn “vaderland” – waar hij zelf maar zelden een goed woord voor over had. Het was een leuke vakantie, meer niet. Ik had niet het gevoel dat ik wat belangrijks had gemist óf dat ik erg nodig nog eens terug moest. Het zal in die 36 (!) jaar best veranderd zijn hoor – dat hoop ik althans maar voor de Curaçaoenaren. Maar ik hoef er niet meer heen.

Al jaren geleden heb ik me erbij neergelegd dat ik nooit veel wijzer zou worden over mijn werkelijke afkomst. Er bestaan nauwelijks officiële documenten die daar inzicht in kunnen verschaffen. En dat was prima – dàcht ik. Maar kennelijk is de behoefte “ergens bij te horen” inherent aan de mens. Zolang ik me kan herinneren, wilde ik al ergens bij horen. Als enig kind ben je immers maar alleen. En als je dan ook nog “anders” bent, blijkt aansluiting niet zo makkelijk.

Familie?

Ik had niet veel met mijn Antilliaanse familieleden. Dat kwam mede door mijn ouders, die niet om contact zaten te springen. Antillianen hebben nu eenmaal andere gewoonten en gebruiken, waar mijn ouders zich niet in konden vinden. Bovendien waren mijn familieleden meestal veel ouder dan ik, dus als kind had ik er weinig aan. Daarom was ik blij verrast toen ik tijdens mijn eerste, voorzichtige stappen op het wereldwijde web (we schrijven 1995) tijdens een chatsessie een leeftijdsgenoot tegenkwam die mijn naam droeg. Nieuwsgierig vroeg ik aan mijn vader wie dit was. Kende hij deze man? Was hij familie? Waarop mijn vader met grote stelligheid antwoordde: “Als hij De Palm heet, kan hij nóóit familie zijn.”
“Dàt mag je uitleggen”, zei ik, tegelijk geïntrigeerd en geïrriteerd.

Nepnaam

Niks had me kunnen voorbereiden op het verhaal dat ik toen te horen kreeg.
Back in the day – en misschien wel nog steeds – was Curaçao een matriarchale samenleving. Wat zoveel inhoudt als: de mannen doen waarvoor ze geboren zijn en vertrekken vervolgens met de noorderzon terwijl de moeders de zorg voor en de opvoeding van de kinderen op zich nemen. Alles leuk en aardig (als je tenminste bereid bent met dat gegeven te leven), maar een kind heeft een naam nodig. Kan handig zijn voor de rest van z’n leven, nietwaar? Wellicht was geboorteaangifte bij de burgerlijke stand nog niet erg gebruikelijk, of vaders poetsten de plaat vóór dat had kunnen gebeuren, ik weet het niet. Als een kind de naam van de vader moest dragen, moest er om erkenning gevraagd worden. En dat niet alle vaders er om zaten te springen om een buitenechtelijk kind te erkennen, laat zich raden. Bij weigering van een vader kreeg een kind vaak dan maar de (voor)naam van de moeder. Wat meteen de vele welluidende Antilliaanse namen verklaarde. Maar soms wierp zich een goede bekende op (een familielid of een vriend van de familie) die zijn naam “uitleende”. En dat was kennelijk precies wat mijn grootvader was overkomen. Zijn biologische vader wilde hem slechts erkennen met een voorbehoud. Een goede vriend, ene De Palm, heeft mijn grootvader toen zijn naam aangeboden. Althans, zo ging het verhaal. Mijn grootvader overleed toen hij nog heel jong was, dus mijn vader heeft zijn vader nooit echt gekend.

Wat was ik kwaad op mijn vader. Had hij me dit niet jaren geleden moeten vertellen? Had hij nooit bedacht dat ik dit graag had willen weten? Nu is enig Antilliaans drama mij niet vreemd (ik hèb nu eenmaal ook die genen, of ik het leuk vind of niet) dus ik riep uit: “Dus wij dragen de naam van een vreemde? Zit je daar niet mee?” Mijn vaders laconieke reactie “Welnee, wat maakt ’t uit?” maakte me alleen maar bozer. Er kwam van alles in me op. Mijn naam laten veranderen in mijn moeders’ naam (waar ik uit praktische overwegingen toch maar vanaf heb gezien), de oorspronkelijke naamhouders confronteren, een boek schrijven (niet noodzakelijk in die volgorde), maar uiteindelijk deed ik niks. Het is me toch altijd blijven storen, die nepnaam.

You make me home

Nu ben ik “Mevrouw Pronk”. Mevrouw Pronk-De Palm, eigenlijk. Want De Palm is nu mijn meisjesnaam. Mijn vader is inmiddels overleden en de naam sterft langzaam uit. Dus ik houd ‘m er nog éven in. Als een soort eerbetoon. Maar mijn nieuwe naam is wie ik nu ben. Mijn nieuwe naam zegt dat ik bij iemand hoor. Ik ben van Pronk. Ik ben thuis.

4 gedachtes over “Mevrouw Pronk

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s