keep-calm-and-say-good-bye-2013

2013 – het Jaar van Verlies


Ik zal dit jaar niet missen. Terwijl ik via social media getuige mocht zijn van talloze succesverhalen en persoonlijke overwinningen, kenmerkte 2013 zich voor mij door verliezen.

On top of the world

Niets is vergankelijker dan succes, mocht ik ondervinden. En dan heb ik het nog over relatief succes. Want niks ging écht makkelijk, dit jaar. Nu ben ik dat wel gewend, ondanks populaire opinie (“enig kind, dan ben je vast verwend”) is me nooit veel komen aanwaaien. Voor mijn gevoel ben ik mijn hele leven aan het knokken. Maar goed, aan het begin van dit jaar voelde ik me met een parttime baan én een leuke opdracht voor mijn eigen bedrijf on top of the world. Natuurlijk zat het met mijn engagement ook helemaal goed en ik heb een paar gelegenheden bezocht waar ik enige bekendheid mocht genieten en bleek dat ik best goed “lag”. Het was druk, ik rolde in mijn bedrijfsauto (vrijheid op 4 wielen, mij ter beschikking gesteld door mijn werkgever voor mijn werk in Lelystad en Utrecht) van opdrachtgever naar oprachtgever naar event naar netwerkgelegenheid. Om afgedraaid weer thuis te komen, waar me altijd méér werk wachtte. En al wogen de opbrengsten nooit helemaal op tegen al die inspanning, wist ik waar ik het voor deed (onze toekomst) en voelde ik me enigszins voldaan. Ik werkte hard, ontmoette leuke mensen en maakte leuke dingen mee.

Tot het mis ging.

What went wrong?

Hoewel een aantal mensen hun bewondering hebben uitgesproken voor mijn toch wat gewaagde combinatie van werknemer- en ondernemerschap, bleek die combinatie in de praktijk toch iets te veel gevraagd. Beide opdrachtgevers oefenden – ieder op hun eigen manier – toch een flinke druk uit. Ik voelde me in tweeën getrokken tussen mijn verschillende belangen. Wat ik zelf graag wilde bleek ondergeschikt aan wat ik móest: beide partijen tevreden houden én er zelf genoeg aan overhouden om te kunnen voorzien in een comfortabel leven voor manlief, poes en mij (waarbij poes Snoepie er in de praktijk natuurlijk nog het best vanaf kwam). Zelf trok ik aan het kortste eind: ik was voortdurend moe en veel te vaak ziek, zwak en misselijk – waardoor ik behalve mijzelf ook anderen té vaak moest teleurstellen. Dat kon niet goed blijven gaan. Ik moest kiezen. In plaats van met mijn hart te kiezen (voor 100% ondernemerschap, met alles wat daarmee samenhangt), koos ik met mijn hoofd (voor werknemerschap). Hoewel mijn opdrachtgever me graag fulltime had ingehuurd, had ze daar geen budget voor – en een bedrijfsauto kon ze, als kleine ondernemer, me natuurlijk al helemaal niet bieden. Door het uitvallen van een collega op mijn werk zag ik daar wél een mogelijkheid om meer uren te draaien tegen een hoger tarief dan ik als ondernemer binnen kon slepen. Ik zou mijn werkgever tevreden kunnen stellen met meer omzet én ik zou de auto – waar ik inmiddels natuurlijk erg aan gehecht was geraakt – kunnen behouden. Ik gokte – en ik gokte verkeerd. Ik vertrouwde de verkeerde mensen – en verloor alles.

Hopeloos werkloos

Door onderlinge verhoudingen op de werkvloer (die riekten naar vriendjespolitiek) werd mijn contract ineens beëindigd, terwijl er eerst nog sprake van was dat dit nog 3 jaar (!) zou doorlopen. Ik werd werkloos. Dat kwam wel even aan. In de tijd die me resteerde, werd me opgedragen een omvangrijk, ongeorganiseerd papieren archief voor overdracht te bewerken. Een onmogelijke opgave. Een klus van minstens 6 maanden, voor minstens 3 man. Ik had één maand, in m’n eentje. Ik heb nog nooit zo hard gewerkt. Opgeven was mijn eer te na, ik moest en zou dit tot een goed eind brengen. Dat zou men mij dan tenminste op mijn conto moeten schrijven, daarmee kon ik dan tenminste een mooie referentie afdwingen. Inclusief reistijd Den Haag – Lelystad vv maakte ik dagen van 12 uur. Toen de omvang van de klus me duidelijk werd, vroeg ik om dr mogelijkheid meer uren te werken. Ik kreeg een maximum van 24 uur per week – één dag extra dus. Want ja, mijn vervanging had zich al gemeld en het budget reikte maar zó ver. In mijn koppigheid en vastberadenheid de klus te klaren en ze daar allemaal een poepie te laten ruiken zette ik stug door. Mijn handen werden droog en rauw van het sorteren, ontnieten en dozen vouwen. Elke stapel, die ik uit de kast haalde, bleek een zoekplaatje. Het papieren archief kwam niet overeen met het digitale archief, over een tijdsbestek van 12 jaar. Ik werkte onvermoeibaar door, pauzerend voor lunch, koffie en een potje janken op het toilet. Ook op mijn laatste dag bleef ik tot 8 uur. Langer durfde ik niet, bang dat het pand zou worden afgesloten en beveiligd. Bovendien had ik een maximum aantal uren opgelegd gekregen en dit ongelofelijke rotwerk voor niks doen ging me toch ook een beetje ver, erezaak of niet. Als een speer stopte ik netjes gebundelde stapels papier in archiefdozen, labelde ze en zette ze op volgorde. Mijn rug protesteerde in alle toonaarden, het zweet droop van m’n rug. Het was half acht toen ik de tweede kast vol losse documentatie en rapporten opende en de moed me in de schoenen zonk. Ontzettend in tweestrijd (en lichte paniek) realiseerde ik me dat ik nog nèt tijd had voor een mailtje met uitleg waarom het me niet gelukt was en wat ik wèl voor elkaar had gekregen. Meer dan de helft van het papieren archief stond klaar in gelabelde archiefdozen in een andere kast, klaar voor overdracht. Bij de auto gekomen barstten de tranen los. Ik had het niet gehaald.

IMAG1990

IMAG1988 IMAG1952

 

 

 

Mijn opdrachtgever had intussen al vervanging voor mij gevonden, dus een weg terug was er niet meer. Ik had niks meer. Natuurlijk kon ik ter compensatie van mijn verloren loondienstverband een WW-uitkering aanvragen, wat ik onmiddellijk had gedaan zodra ik wist dat ik werkloos zou worden. Maar die stond natuurlijk in geen verhouding tot mijn voorgaande inkomsten. En manlief had nog steeds geen enkel inkomen. In eerste instantie maakten we ons niet eens zóveel zorgen – het was mij immers tot nu toe nog altijd gelukt een behoorlijke baan te vinden vóór de nood aan de man was. Maar dat pakte dit keer anders uit. Of het nu door de economische crisis komt, of mijn alweer gevorderde leeftijd (45+), of mijn gebrek aan diploma’s, ik weet het niet. Maar inmiddels zit ik al weer 4 maanden werkloos thuis, al mijn sollicitaties ten spijt. De wanhoop heeft toegeslagen.

Ondernemer-afDP_Logo_01_Staand_570px_RGB

Mijn 13-jarige no-budget onderneming, ooit uit nood geboren (ik ben vanuit de WAO gestart), bestond bij de gratie van een loondienstverband. Want omdat ik nooit een startkapitaal heb gehad en nooit een behoorlijke investering heb kunnen doen, werden al mijn zakelijke kosten betaald van mijn inkomsten. In 13 jaar heb ik nooit quitte kunnen draaien, laat staan dat ik winst maakte. Dus toen mijn werk stopte en mijn inkomsten opdroogden, voelde ik me genoodzaakt te stoppen met mijn bedrijf. In eerste instantie voelde ik me opgelucht. Eerlijk gezegd was ik wel een beetje moe geworden van dat trekken aan dat dode paard. Later kwam de ontluistering. Op de social media, waarop ik voor mijn ondernemerschap erg actief was, zag ik natuurlijk allerlei positieve berichten voorbij komen over en door “geslaagde” ondernemers. Business as usual. En ik hoorde er niet bij. Ik had geen mijlpalen, mooie opdrachten of kansen te delen. En ik besefte: “Ik ben geen ondernemer meer. Ik ben niks meer.” En daarmee stortte mijn zelfvertrouwen in. Ging ik me afvragen of ik niet gewoon álles verkeerd had gedaan. Was ik wel een ondernemend type? Zo iemand met visie en doorzettingsvermogen? “Ja, natuurlijk”, zei mijn lief. Maar ik dacht er anders over.

Meer verlies

Aanvankelijk probeerde ik heus wel positief te blijven, op de één of andere manier de moed erin te houden en sprak mezelf toe:

“Laat ze maar kletsen over die zogenaamde crisis. Die crisis zit tussen je oren. Er komen vast weer kansen. Ik heb nog steeds een fiets, daarmee kan ik overal naartoe. Fietsen is nog goed voor me ook. Val ik gelijk een beetje af. Ach, en als ik eens met het OV naar een sollicitatiegesprek moet, is dat zo erg niet. We moeten een beetje op de centen letten, maar dat moeten er zo veel…”

IMAG2001Maar ik miste mijn vrijheid op 4 wielen zó ontzettend (moest ook wel een traantje laten toen iemand van de leasemaatschappij mijn “Bella Claudia” op kwam halen). Den Haag Zuidwest lijkt ineens het eind van de wereld als je niet meer over eigen vervoer beschikt. Van hier naar het Statenkwartier ben ik met het OV bijna een uur onderweg. Fietsen dan? Natuurlijk, maar het winterseizoen is net begonnen en zo’n geweldige conditie had ik toch al niet. Alsof ik trouwens nog zin had om ergens heen te gaan. Ik hoorde immers niet echt ergens meer bij. Vol goede moed probeerde ik nog een netwerkbijeenkomst waar ik eerder al aan had deelgenomen. Klein, intiem, dat kon ik wel aan. Maar hoe leuk en interessant de aanwezigen ook, ik vertrok er met een leger gevoel dan ooit. Het voornemen om contact te houden verzandde al snel. Ik had immers toch niks te melden? Enthousiast zei ik “ja” op initiatieven waarvan ik op voorhand al wist dat ik ze niet zou doorzetten. De lust om ook maar iets te ondernemen was me volledig ontgaan. Ik nam een pauze van Facebook omdat ik de positieve berichten daarop gewoon niet meer aan kon. Om maar niet te spreken van al die uitnodigingen voor ondernemersactiviteiten en netwerkevenementen. Ik solliciteerde me suf en werd in aanmerking genomen voor een paar mooie kansen… en éven durfde ik weer te dromen. Om steeds weer opnieuw teleurgesteld te worden. “We hebben de aanbesteding niet gewonnen”, “De opdrachtgever gaat het met ZZP’ers oplossen”, “De opdrachtgever heeft besloten het intern op te lossen”. Crisis – in het kwadraat. Ik begon langzaam af te zakken, richting depressie. Als klap op de vuurpijl ging het – toch nog onverwachts – bergafwaarts met mijn vader, die inmiddels al weer twee jaar in een Zorgcentrum verbleef. Hij was weliswaar al 91, maar we hadden altijd geloofd – en gekscherend uitgesproken – dat ‘ie vast 100 ging worden. Dat liep anders. Hij kreeg overal pijn (wat kennelijk geldt als “het begin van het einde” in zorgbegrippen), had vocht in de longen en stopte met eten. Hij kreeg een lage dosis morfine tegen de pijn en men probeerde hem in ieder geval vocht toe te dienen. Maar op een gegeven moment kon hij niet meer slikken en ook het drinken hield op. Ongeveer een week nadat we hoorden van zijn achteruitgang hield hij ermee op. Terwijl mijn moeder en ik buiten zijn kamer met de verpleegkundige praatten, glipte hij er héél stilletjes tussenuit. Niets had me kunnen voorbereiden op de stortvloed aan emoties die over me heen kwam. Voor mijn gevoel had ik járen geleden al afscheid genomen van een teleurstellende, afwezige vader. Ik was er klaar mee – dacht ik. Maar het finale van de dood en de realisatie dat het nu écht nooit meer goed zou komen, dat er niets meer zou worden uitgepraat, bezorgde me intens verdriet. Wat had ik verkeerd gedaan? Had ik niet lang of vaak genoeg geprobeerd nader tot mijn vader te komen? Had ik het allemaal anders moeten doen? De twijfel sloeg onverbiddelijk toe – en daarmee nóg meer verdriet. Ik voelde me lamgeslagen, maar stortte me vol overgave op het regelwerk voor mijn moeder. Dat gaf me tenminste een doel – en een soort afleiding.

LichtpuntjeIMAG2174

Inmiddels is het drie maanden later. Aan mijn emoties rond het overlijden van mijn vader heb ik door een tweetal blogs lucht gegeven, één persoonlijk en één voor Den Haag Direct. Nu moet het maar klaar zijn.

Dat klinkt makkelijker dan het waarschijnlijk zal zijn, maar ik heb er tenminste íets mee gedaan. Ik merk dat ik niet in de wieg gelegd ben voor thuis zitten en me bezig te houden met huishoudelijkheden. Het stompt me af en deprimeert me. Ik ben een werker, heb altijd (te) hard gewerkt. Ik mis het. Het solliciteren gaat natuurlijk onverminderd voort – ik probeer van alles en zet social media actief in. Ik word benaderd door mensen uit mijn netwerk met verzoeken die me niet direct iets opleveren, maar het is ergens een geruststelling dat ik nog niet helemaal ben vergeten. Ik blijf mezelf zo veel mogelijk in the picture bloggen en blijf hopen. Maar dromen doe ik niet meer. Ik kan het niet meer. Ik kan niet nóg meer teleurstelling aan. Nog steeds heb ik geen zin in feestjes of andere “gezellige” bijeenkomsten. Ik voel me niet gezellig en heb nog steeds last van spontane huilbuien. Onze financiële situatie is nog steeds krap, maar we krijgen veel steun van onze (schoon)ouders. En er is nog een lichtpuntje: manlief, die dankzij regelmatig sporten inmiddels veel minder last heeft van zijn hernia en weer “normaal” kan functioneren, is in actie gekomen. Hij is een heel nieuwe weg ingeslagen met een mooie nieuwe opdracht voor zijn bedrijf. En dat bezorgt mij ook zát werk. Al steekt het af en toe dat hij midden in het ondernemende leven zit, terwijl ik aan de zijlijn sta, heb ik als zijn “PA” in ieder geval voldoende afleiding – tot ook voor mij eens dat verlossende telefoontje komt dat er een goede baan op me wacht. Misschien durf ik dan weer te dromen. Van een nieuwe auto… een nieuw huis… financiële onafhankelijkheid… een doel in mijn leven. The sky is the limit. Vanavond zeggen we 2013 gedag met een heel behoorlijke fles bubbels voor weinig en lekkers van de Lidl, Jumbo en eigen keuken. Vanaf onze bank kijken we rustig naar het vuurwerk in Zuidwest, terwijl poes Snoepie op haar “highrise” voor het raam door de knallen heel slaapt. Het heeft altijd iets onwerkelijks, het einde van een jaar. Maar dit jaar voel ik dat sterker dan ooit. Het was een raar, naar jaar. Ik ben klaar met 2013. 2014 wordt mijn jaar!

Een gedachte over “2013 – het Jaar van Verlies

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s