IMAG2175

Dag Pap


“Wat heeft ‘ie een enge kleur”, merkte mijn moeder op toen we maandag mijn vaders kamer in het zorgcentrum binnen liepen. Mijn vaders gebruikelijke cappuccinokleur was vervaagd tot een onnatuurlijk geel. Ik zag meteen wat dit betekende: mijn vader was overleden.

 

Het was de verpleegkundige ontgaan, maar zij had hier dan ook nog geen ervaring mee, bleek later. Ze depte mijn vaders mond met een doekje, zoals de afgelopen week, waarin hij niet meer at of dronk, gewoonte was geworden. Ik zag zijn borstkas niet meer bewegen. En toen de verpleegkundige zich van het bed afwendde, liep ik erheen. Ik hield mijn hand voor mijn vaders open mond en voelde niets. Ik zocht naar een hartslag in zijn hals en voelde niets. Ik keek nog eens goed naar zijn gezicht en herkende hem niet.

“Hij is weg”, zei ik.

Héél stilletjesbommel025

Terwijl mijn moeder en ik op de gang met de verpleegkundige hadden staan praten, was mijn vader héél stilletjes overleden. Zijn huid voelde nog warm aan. Toen ik zo naar hem stond te kijken werd ik even boos. “Had je nou niet éven kunnen wachten?”, zei ik zachtjes tegen het wassen beeld in het bed, “we stonden voor je deur…” Toen dacht ik aan mijn moeder, die vlak achter me stond, en draaide me om. Ze had zo opgezien tegen dit moment. “Ik ben geen dokter”, zei ik, “maar ik voel niets. Geen hartslag, geen adem. Volgens mij is hij weg. Het moet nèt gebeurd zijn. Hij is nog warm.” Ik vroeg of ze niet liever buiten wilde wachten, maar het ging wel, zei ze.

Regelen

De dokter liet gelukkig niet lang op zich wachten en bevestigde wat ik al wist, waarop ik meteen in mijn regelrol schoot. Mijn moeder was nu mijn eerste zorg. Ik wilde haar zo veel mogelijk rompslomp uit handen nemen. Ik pakte mijn notebook uit mijn tas en zocht de website van de uitvaartcoöperatie op. Onder het bellen keek ik af en toe opzij naar mijn moeder. Ze leek heel kalm. “Ik ben al twee jaar aan het afscheid nemen”, had ze vorige week nog gezegd, doelend op mijn vaders verblijf in het zorgcentrum sinds april 2011.IMG00701-20110907-1114

De verpleegkundige was aangeslagen. Ze had nog niet eerder een sterfgeval meegemaakt en begon zenuwachtig te ratelen. Ondertussen kreeg ze versterking van een wat kalmere, meer ervaren collega. Mijn moeder had desgevraagd eerder al aangegeven dat mijn vader z’n beste pyjama aan kon, omdat hij toch in een gesloten kist zou komen. De pyjama bleek gewassen en wel voor hem klaar te hangen in zijn kast. Om de dames de gelegenheid te geven te doen wat ze moesten doen, gingen mijn moeder en ik de gang op. Een beetje verloren zaten we daar. Er was hier niets meer te doen, zouden we niet beter naar huis gaan? Ik verzekerde de verpleegkundigen dat mijn vader snel zou worden opgehaald, volgens afspraak. De uitvaartonderneming zou mij binnen het uur terugbellen.

See you in my dreams

Nog één keer gingen we de kamer in om afscheid van mijn vader te nemen, mijn moeder – heel stoer – voorop. Ik besloot haar op gepaste afstand te volgen. Ik wilde geen afbreuk te doen aan haar laatste moment met de man met wie ze meer dan 50 jaar getrouwd was, maar ik wilde haar ook niet alleen laten. Toen de tranen kwamen, stond ik achter haar om haar op te vangen. Een moment later verzekerde ze me dat het wel ging, maakte ze zich los uit onze omhelzing en liep – zonder om te kijken – naar de deur.

De beurt was aan mij. Voor wat voelde als een hele tijd, keek ik naar m’n overleden vader – met veel gemengde gevoelens – en zei: “Dag Pap. I’ll see you in my dreams.” Ik raakte zijn wang even aan. Zijn huid voelde koel aan. Ik negeerde de brok in m’n keel en het geprik in m’n ogen en draaide me om, de kamer uit.

Achtbaan

Ik was slecht voorbereid op de achtbaan aan gevoelens en gedachten die volgen op de dood van een familielid. De gebeurtenis raakte me meer dan ik had verwacht. Vanwege onze stroeve relatie had ik mezelf een bepaalde hardheid aangemeten zodra het over mijn vader ging. Ik was al lang niet meer bij hem op bezoek geweest. We hadden elkaar toch niets meer te melden en ik vond dat hij het recht op mijn aandacht had verspeeld. Na verschillende vruchteloze pogingen door de jaren heen had ik me er al lang geleden bij neergelegd dat sommige dingen onuitgesproken zouden blijven. Maar op het moment dat ik mijn vader in zijn bed zag liggen besloot ik om alleen de goede herinneringen aan mijn vader te bewaren. De rest zou ik hem vergeven. En misschien, mettertijd, zelfs vergeten.

AfscheidIMAG2173

Vandaag hebben we definitief afscheid genomen van mijn vader. Minimaal en in stilte, in overeenstemming met zijn wens. Voor hem geen Antilliaans drama meer.

We hebben met ons bescheiden kringetje even bij de kist gezeten op de klanken van een tweetal Antilliaanse walsen. We hebben de kist uitgeleide gedaan en nagekeken, toen de uitvaartauto hem naar zijn laatste bestemming – het crematorium – bracht. Het was perfect. Hij zou tevreden zijn geweest.

Julius (Jules) Philip de Palm, auteur, doctor in de Nederlandse Taal en Letteren, officier in de Orde van Oranje Nassau, mijn vader, is op 30 september 2013 in het Respect Zorgcentrum “Bosch en Duin” te Den Haag overleden. Hij werd 91 jaar. Hij was geen goede vader, maar zeker geen slechte man. Hij was geliefd.

Samen lezen, 24 maart 1968

 

 

 

 

 

Dag Pap. I’ll remember the good things.

 

Een gedachte over “Dag Pap

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s