IMG00471-20110406-1007

Vader verhuist


Ik heb dezelfde ogen
En krijg jouw trekken om mijn mond
vroeger was ik driftig, vroeger was jij driftig maar we hebben onze rust gevonden
[Stef Bos “Papa”]

Gisteren is mijn vader voor de laatste keer verhuisd van het ene verzorgingshuis naar het andere, in zijn oude buurt. Mijn ouders gaan erop vooruit. Voor mijn moeder is het dichter bij huis en voor mijn vader zal het comfortabeler wonen zijn, met betere zorg en een eigen kamer. Ik heb rolstoelvervoer geregeld en pakte met mijn moeder zijn spullen in. Veel heeft hij niet. Zelfs toen hij nog kon zien hechtte hij niet aan spullen.
Ik heb gemengde gevoelens als ik aan mijn vader denk. Echt veel heb ik nooit gehad aan mijn vader. En hij niet aan mij.

Misschien ligt het aan het leeftijdsverschil – we schelen 44 jaar – of zijn Antilliaanse cultuurpatroon, waar mijn moeder en ik in de loop der jaren veel van mijn vaders tekortkomingen aan geweten hebben. Misschien is het altijd wel gewoon een kwestie geweest van “het klikt niet”. Begrijp me niet verkeerd – ik houd van mijn vader. Ik kan niet anders. Maar ik mag ‘m niet zo graag. Mijn vader is ook niet zo’n aardige man. Zijn beruchte Antilliaanse charme is aan mij nooit zo besteed geweest. Al leek hij voor de “buitenwereld” zo aimabel, zo gemakkelijk was hij niet om mee te leven. Al die verhalen, die hij graag met verve vertelde en waar hij om werd geroemd hadden wij al zo vaak gehoord en hadden hun magie al lang verloren.

Voetstuk

Vroeger stond hij op een voetstuk, mijn vader, die rijzige, indrukwekkende Antilliaanse man in zijn “uniform” van grijze regenjas en hoed (de eeuwige Borsalino), die me mee uit wandelen nam op zondag. Samen leken we erg op het oude verkeersbord, waarmee een wandelpad werd aangegeven, de “kinderlokker”.
Mijn vader was mijn held, die op zondagmorgen oude rijmpjes en versjes reciteerde en met me op de woonkamervloer zat te lezen.

Ik denk niet dat hij zich ervan bewust was op het moment, maar omstreeks mijn twaalfde viel mijn vader van het voetstuk, dat ik voor hem had gecreëerd, zodra ik constateerde, dat we niet met elkaar konden praten zonder onenigheid en hij zich – naar mijn mening – niet genoeg voor mij interesseerde. Dat hij er een dubbelleven op na hield kon ik niet vermoeden – die ontdekking deden mijn moeder en ik pas vele jaren later. Als benadeelde partij kreeg mijn moeder mijn onvoorwaardelijke steun – natuurlijk. Ik vond het onbegrijpelijk en onverteerbaar dat hij mijn moeder zó had kunnen verraden.

Kloof

Natuurlijk heb ik hem over de jaren nog vaak genoeg nodig gehad. Meestal voor praktische zaken, vooral geld. Op dat gebied stond hij altijd paraat om me te “redden”. Maar emotioneel bleef er een kloof, die nooit meer echt is overbrugd. Na vele pogingen om tot een écht gesprek te komen, heb ik het uiteindelijk opgegeven. Ik ben weinig wijzer geworden en de afstand is gebleven. Mijn vader is niet iemand die zich gemakkelijk uit, zeker niet op ’t emotionele vlak. En hij bleek inmiddels zo gewend aan draaien en liegen dat hij kennelijk gewoon niet meer anders kon. We zijn als beleefde vreemden voor elkaar.

Sinds april dit jaar zit hij in een verpleeghuis. Praktisch blind, met ouderdomssuiker, slecht ter been en soms in de war. Mijn moeder heeft haar best gedaan, maar gelukkig concludeerden de thuishulpen – terecht – dat ze de zorg niet meer aankon.
Nu de diagnose van beginnende dementie bij hem is vastgesteld, ben ik opnieuw degene die de moeite neemt om binnen te treden in de belevingswereld van de ander. Ik luister wanneer mijn vader weer op zijn praatstoel zit, reageer op wat hij vertelt. Ik vind het moeilijk inschatten wat hij zich nog kan herinneren, wat hij weet over mijn leven.

Vaderdag

Een oude Antilliaanse man in zijn nieuwe woonkamer
Een oude Antilliaanse man in zijn nieuwe woonkamer

Ik was – op mijn moeders dringend verzoek – even langs gegaan bij mijn vader op Vaderdag, altijd een wat misplaatste feestdag binnen ons gezin, die eigenlijk voornamelijk genegeerd werd. Maar mijn moeder had zo met mijn vader te doen dat ik voor haar gemoedsrust maar even bij hem ben gaan kijken. Hij was inmiddels verhuisd naar een andere afdeling dan waar hij was opgenomen, maar dankzij de instructies van mijn moeder vond ik hem snel genoeg. Daar zat hij, in een rolstoel, in één van de woonkamers van het verpleeghuis, karakteristiek met zijn hoofd in z’n hand, zoals ik hem zo vaak had zien zitten: zijn “denkhouding”. Ik heb hem nog steeds weinig te melden, maar hij zat gelukkig zelf weer op z’n praatstoel. En hij was blij verrast met mijn bezoek. Op zo’n moment geloof ik héél even, dat ik hem vergeven kan. Maar dan zegt hij weer iets zó stoms en kwetsends, dat ik denk: “laat ook maar”. Het is niet of er ooit nog iets wordt uitgepraat. Zijn olifantengeheugen (dat ik met vele andere eigenschappen van hem heb geerfd) gaat hem verlaten, net zoals zijn gezichtsvermogen dat jaren geleden al deed. Hij koestert prettige herinneringen en lijkt te vergeten wat hij wil vergeten.

Van de rijzige man van weleer is weinig meer over. Hij lijkt te krimpen in z’n stoel. Toch waren de psycholoog en de fysiotherapeut het er over eens: meneer hoort hier niet. Ondanks zijn beginnende dementie is hij erg goed “bij” en is zich bewust van wat er om hem heen gebeurt. En dat liegt er niet om. Mensen die de hele dag door schreeuwen, volledig de weg kwijt zijn. Voor mijn praktisch blinde vader best een beangstigende situatie. Omdat hij zo gewend is, op zijn wenken bediend te worden, heeft hij moeite met vragen om waar hij behoefte aan heeft. Geen prettige situatie dus. Ik mag dan met gemengde gevoelens aan mijn vader denken, maar dit heb ik hem natuurlijk nooit toegewenst.

Zorg

Na meer dan 50 jaar trouwe zorg is mijn moeder voor het eerst van haar leven echt alleen. Het gaat haar goed af. De trots, die haar niet altijd een dienst heeft bewezen, staat haar nu goed. Ze ziet er goed uit, die grote, stijlvolle oudere dame met het zilveren haar. En belangrijker: ze kan zich goed redden in haar eentje. Ik ben trots op haar.

Mijn vader lijkt nu – op zijn manier – tevreden. Na zijn reis met de rolstoelbus hebben we hem geïnstalleerd in zijn nieuwe kamer, om de hoek van de gezamenlijke woonkamer, waar we hem even hadden “geparkeerd”. Natuurlijk was hij liever “thuis” geweest. Maar hij lijkt zich bij zijn lot te hebben neergelegd en te accepteren dat dat geen optie meer is.
We hopen dat hij hier zijn dagen, weken, maanden, jaren enigszins comfortabel kan uitleven. Voor mijn moeder in ieder geval een zorg minder en daarmee voor mij ook.

Een gedachte over “Vader verhuist

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s