Die met die krullen

blog van een Ram met ascendant Tweelingen, bouwjaar 1966

2011

Nog even en we nemen afscheid van 2011. Ik zal dit jaar niet missen. Het is geen gelukkig jaar geweest. Natuurlijk, elk jaar heeft zo z’n hoogtepunten en gelukkige momenten en 2011 had die zeker ook. Maar over het geheel genomen was 2011 voor ons een jaar vol teleurstellingen, tegenslagen, pijn en verdriet.

Pijn

Het jaar werd gedomineerd door de pijnklachten van mijn Lief, en alle daarmee samenhangende problemen. Even gloorde er hoop, toen hij na behandeling door een kundige acupuncturist met een diep geloof heel even bijna pijnvrij was. Helaas accepteerde hij vervolgens optimistisch een fysiek toch iets te zware baan, waardoor de pijn weer in alle hevigheid terugkeerde.
“Geduld”, zei de acupuncturist, maar dat valt niet mee, “vertrouwen”, maar dat is niet zijn sterkste punt. Het moet ook wel  het toppunt van frustratie zijn, elke dag met pijn op te staan en elke dag met pijn naar bed te gaan, terwijl de dag, tussen die momenten in, maar niet om komt. Van die frustratie ben ik het afgelopen jaar regelmatig deelgenoot geweest. Je Lief zo te zien worstelen met elke dag terwijl je zelf andere prioriteiten moet stellen, geeft een heel machteloos gevoel.

Zelf ontkwam ik trouwens ook niet aan de nodige pijntjes. Dag in, dag uit aan het werk, door weer en wind, met zorgen over Lief, werk, geld en toekomst en chronisch te weinig slaap gaat op een gegeven moment z’n tol eisen. Ik ben gezegend met een oersterk lichaam, dat me ondanks het nodige misbruik (ik heb in de loop der jaren te veel gerookt, gedronken en gegeten, wat zo z’n sporen heeft nagelaten) maar blijft dragen, zo goed en kwaad als het gaat. Maar heeft de nodige zwakheden, die nog eens extra pijnlijk worden benadrukt zodra er te weinig rust in het spel is en te veel stress. Ook ik ging gebukt onder rugpijn, met doffe regelmaat een stijve nek, regelmatig hoofdpijn en een versleten rechterknie die er bij tijd en wijle écht geen zin meer in had. Ik voelde me wel 80 jaar oud. Ik hield mezelf maar voor dat er wel ernstiger dingen waren, ploegde zo goed en zo kwaad als het ging het jaar door en verzuimde weer veel meer dan mij en mijn werkgever lief was.

Geld

Net als zo veel landgenoten kenden wij ook zo onze financiële tegenvallers. Het leven is duur en de uitgaven overstijgen helaas regelmatig de inkomsten. De “moderne maatschappij” blijkt helaas niet ingericht op éénverdieners. Ook wij gingen – op onze manier – gebukt onder de crisis, gestegen kosten, verzekeringspremies en zelfs schulden. Het leven is lang zo leuk niet als je voor je gevoel keihard werkt, maar er nauwelijks iets aan overhoudt. Natuurlijk, we konden (over)leven, we hebben een dak boven ons hoofd. We troostten ons met de gedachte dat dat voor heel veel medelanders anders is. Maar als je deze ontwikkelingen al járen hebt zien aankomen maar je stem niet gehoord werd, is ook dat maar een schamele troost. We zijn er trouwens de mensen niet naar, ons te verkneukelen over mensen die het nóg slechter hebben dan wij. En het feit dat je niet alleen bent, betekent niet zo gek veel als je je wel alleen voelt. Ik kon dan nog wat aansluiting vinden bij gelijkgestemden via social media, maar mijn minder computervaardige Lief had die uitlaatklep niet.

Werk

Aan het begin van het jaar, nog maar nauwelijks in de WW na het einde van mijn tijdelijke Rijksaanstelling, gooide ik al mijn plannen om weer met mijn eigen bedrijf aan de slag te gaan, volledig overboord voor een kans op “vastigheid” in de vorm van een jaarcontract bij een overheidsinstelling in Utrecht. “Dan heb ik tenminste een inkomen”, dacht ik. Wel zo belangrijk aangezien mijn Lief niet kón werken. En een garantie, dat ik voldoende opdrachten zou kunnen binnenhalen met mijn eigen bedrijf, had ik natuurlijk niet. Ik kreeg het benauwd en ging in op het detacheringsaanbod van een vooraanstaand adviesbureau in mijn werkgebied. Het gesprek ging goed en de opdrachtgever, gevestigd in Utrecht wilde me snel hebben. Al gauw bleek dat ik me flink verkeken had op de afstand Den Haag – Utrecht. Natuurlijk, de intercity raast binnen 45 minuten naar Utrecht. Maar om bij het station te komen, ben ik al een half uur onderweg vanuit Den Haag Zuidwest, en eenmaal aangekomen in Utrecht, was ik nog niet in Kanaleneiland Zuid, waar mijn werkgever zich bevond.

Al snel bleek dat de avonden steeds korter werden. Om een beetje bijtijds van werk weg te kunnen, besloot ik gebruik te maken van de blokuren en zo vroeg mogelijk te beginnen (8:00 uur). Dat betekende, dat ik om 4:00 al uit bed moest, wilde ik me in alle rust kunnen klaarmaken voor mijn werk én samen ontbijten met mijn Lief, die ik de komende 12 uur niet zou zien. Natuurlijk, een kwestie van keuze. Zolang wij al samen zijn, kiezen we ervoor om niet gehaast de deur uit te rennen, omdat dat – naar onze mening – je dag niet ten goede komt. Wij nemen liever de tijd voor rustig opstaan, douchen en aankleden en stellen het op prijs samen te ontbijten.

Reizen

4 dagen in de week reizen, wat er in de praktijk op neerkwam dat ik standaard 4 uur bij mijn 8-urige werkdag mocht optellen, bleek te veel. Al snel werd ik een geroutineerd OV-reiziger en liep ik op m’n tandvlees. Van het extra thuiswerk, dat ik had aangenomen via Moneypenny om wat meer te kunnen verdienen, kwam al snel niet veel. Ik was blij dat ik het leven had, laat staan dat ik thuis nog eens aan de slag ging voor mijn eigen bedrijf of dat van een ander. Dat moest anders. De bedoeling was immers nog steeds om binnen afzienbare tijd weer ondernemer te kunnen zijn. Het pakte allemaal wat ongelukkig uit. Het thuiswerk moest wijken, de reistijd moest minder, mijn bedrijf moest herstart. Mijn werkgever stelde zich gelukkig flexibel op en ik kwam overeen, twee dagen op locatie te werken en twee dagen thuis. In de praktijk werkte dat helaas ook weer anders, want echt rust om thuis te werken had ik, vanwege alle zorgen daar, ook niet. Uiteindelijk ben ik er, met veel vallen en opstaan, toch in geslaagd het jaar af te ronden – hoe ik het allemaal precies heb gedaan weet ik nog steeds niet goed. Maar de opdrachtgever toonde zich tevreden, dus mijn werkgever, die me had gedetacheerd, was dat ook. Een pak van mijn hart.

Ouders

Onze ouders toonden zich één van de weinige constante factors dit afgelopen jaar. We realiseerden ons dat we blij mochten zijn, dat we onze ouders nog steeds hebben. Dat is voor veel van onze leeftijdsgenoten wel anders. En al verhuisde hij begin dit jaar, op aangeven van de Thuiszorg naar een verzorgingshuis, zelfs mijn oude vader is nog steeds very much alive. Voor mijn moeder een hele zorg minder, want ook zij wordt ‘n dagje ouder en de verzorging van mijn vader begon steeds zwaarder te wegen. Inmiddels is ze behoorlijk gewend aan het alleen thuis zijn en haar nieuwe vrijheid. Mijn schoonouders hebben – ondanks een enkel fysiek ongemak – een vollere agenda dan wij, uithuizig als ze zijn. Het doet ons deugd dat ze, ondanks hun zorgen om ons, genieten van hun leven en hun eigen weg gaan. We vragen ons wel eens af, of dat anders zou zijn als we ze kleinkinderen hadden “geschonken”. Ons aller leven had er ongetwijfeld heel anders uitgezien.

Moederdag en vaderdag vierden we op onze eigen manier, door de ouders mee uit te nemen. Onze moeders trakteerden we op een dagje Vlinders aan de Vliet, gevolgd door een lunch bij een Van der Valk restaurant. (Schoon)Pa verrasten we met een Haags dagje kunst en curiosa kijken op het Lange Voorhout en een High Tea in het Des Indes. De verrassing viel een beetje in het water, doordat we (schoon)pa moesten vragen ons op te halen. Door een – in onze ogen belachelijke – actie in het kader van een buurtfeest konden we onze eigen parkeergarage niet uit.

Ik sloot de dag af met een bezoekje aan mijn eigen vader in het verzorgingshuis.

Huisdier

2011 bleek – opnieuw – geen gelukkig jaar voor huisdieren. Vorig jaar merkten we, dat een huis zonder huisdier toch wel wat leeg was. We hadden een jaar lang gerouwd om onze bijzondere kater Mick, die we zuur genoeg net een paar dagen vóór onze verhuizing hadden moeten laten inslapen vanwege nierfalen. Hij werd 18 jaar. We waren er beiden van overtuigd: zoals Mick was er geen tweede. In eerste instantie wilde ik eigenlijk geen andere kat, omdat ik bang was, die te zullen vergelijken met Mick. Omdat ik zo graag een hond wilde en Lief mooie herinneringen had aan zijn jeugdhond, hadden we vorig jaar geprobeerd een asielhond te “redden”, maar dat was helaas op een grote teleurstelling uitgelopen. Na twee weken hadden we hem, beiden een beet rijker en de wanhoop nabij, teruggebracht. Het agressieve beestje wilde niet sociaal worden. Het dierenasiel vertaalde dat met de melding op het internet dat de hond “ook bij deze mensen niet de rust en het geduld had gekregen”, bleek niets te hebben gedaan met de twee A4tjes commentaar, die we hadden aangeleverd en binnen no-time was de hond weer geplaatst. We hoopten, dat het de volgende eigenaars beter af zou gaan. Een ervaring rijker, concludeerde Lief dat hij toch meer een kattenmens dan een hondenmens was.

Het leek ons beiden een mooi idee om een wat oudere kat, over het algemeen wat moeilijker plaatsbaar, een fijne oude dag te geven. Zo viel ons oog op Gizmo. Giz was 14 jaar en niet erg sociaal. Hij zou graag een eigen thuis willen, bij rustige mensen die wat geduld met hem hadden. Hij was nogal schuw, maar kon heel lief zijn als hij de tijd een beetje kreeg. Vooral zijn foto sprak ons aan. We gingen hem halen. Na een heel jaar werd Giz echter nauwelijks socialer. Sterker nog, hij begon steeds meer asociale trekjes te vertonen, zoals blazen tegen Lief, die hem toch altijd zijn eten gaf en hem het balkon op liet, wanneer hij dat maar wilde. Het leek er steeds meer op, alsof Giz niet bij ons wilde zijn. En wij moesten toegeven: onze goede daad daargelaten, wilden wij toch wel graag een huisdier waar we zelf ook plezier aan konden beleven. Gizmo leverde alleen ergernis en spanningen op. Ook Gizmo ging terug naar het asiel, waar hij trouwens opvallend rustig werd. Deze Kerst waren we weer katloos. Ons voornemen: géén asieldier meer.

Ondernemen

Van mijn voornemen, mijn bedrijf nieuw leven in te blazen, kwam in 2011 niet zo veel terecht. Toch heb ik ook niet stilgezeten. Ik nam deel aan een enkele netwerkbijeenkomst, zoals Open Coffee 070 en Simply Business en lanceerde @DeTwittCoach, persoonlijke, praktische social media trainingen op maat. Vanaf juni hield ik wekelijks spreekuur bij Flex@diem, flexibele werkplekken in het Zeeheldenkwartier. Het idee was goed, de timing kon beter. Het ondernemerschap bleek in de praktijk toch wat lastig combineren met mijn baan en de reistijd. Toch bleef ik voorbereidingen treffen om dan toch volgend jaar weer te kunnen ondernemen. Vooral veel (online) netwerken en me proberen in de kijker te schrijven. Een goed gelezen forum als Contentgirls.nl – waar ik beter leerde bloggen – en mijn artikel over Yammer bij Rijkswaterstaat voor het tijdschrift Ambtenaar 2.0 hielpen me een aardig eind in de goede richting. Daarnaast werd ik benaderd door de CEO van een softwarebedrijf in India om zijn Strategic Partner in Nederland te worden. Helaas sloeg de crisis onverbiddelijk toe, maar ik geloof nog steeds in deze alliantie. Ik meldde me aan als eChick 2011, maar gezien de kwaliteit van de andere kandidates verwacht ik daar niet al veel van…

Hoogtepunten

Natuurlijk, er waren ook hoogtepunten. Zo hebben wij ook veel plezier beleefd aan moeder- en vaderdag, heb ik een hartverwarmend afscheid gekregen van mijn tijdelijke collega’s bij Rijkswaterstaat en voelde mijn tijdelijke flexkantoor als een mijlpaal. Een ander hoogtepunt was onze aanmelding bij Den Haag Direct, en de feestelijke uitreiking van het eerste exemplaar van Onze Stad Den Haag, waar Lief en ik getuige van mochten zijn (en ons heilig voornamen, ervoor te zorgen dat we in de volgende editie komen). Het was iets dat we samen konden ondernemen en het bloggen voor Den Haag vanuit onze eigen invalshoeken geeft ons de nodige voldoening. Voor Lief  betekende deze eerste voorzichtige schreden op het internet als blogger een belangrijke uitlaatklep, voor mij een mogelijkheid om de Haagse ondernemer te belichten.

Oud & Nieuw

Inmiddels is de laatste dag van 2011 aangebroken. Het is, over het algemeen genomen, géén goed jaar geweest. Ik laat de maatschappelijke beroering en wereldpolitiek hier maar even buiten beschouwing. Daar wordt elders al genoeg over gesproken en geschreven en ook die hebben invloed gehad op ons leven dit afgelopen jaar. Terwijl ik dit schrijf, is het bijna twee uurtjes tot twaalf uur. We hebben de hele dag comedy op TV aan, om de zinnen te verzetten en dit jaar toch lachend af te sluiten. We genieten van Liefs zelfgemaakte verse pizza, een heerlijk zachte cava die we afwisselen met frambozen… ja, we genieten. Omdat we het verdiend hebben. Straks schrobben we ritueel dit moeilijke jaar van ons af en luiden we 2012 in stijl in, vanuit ons appartement op de 5e etage in Zuidwest kijkend naar het vuurwerk. 2012:  Het Jaar van de Draak. Het zou geluk moeten brengen – wij geloven erin. 1.336.718.015 Chinezen kunnen het niet mis hebben, toch?

Vaarwel 2011!

4 Reacties »

The Meaning of Life

Mij Lief vraagt zich de zin van het leven af. Nu is die voor hem de laatste tijd ver te zoeken, zoals hij elke dag opstaat met pijn, maar met heel veel moeite kan staan, lopen, zitten of liggen en weer met pijn naar bed gaat. Hij vraagt zich hardop af waar hij al dit lijden aan verdiend heeft en hoe hij nu verder moet.

Eet, bid, heb lief
Ik kan alleen maar luisteren, maar antwoorden heb ik natuurlijk ook niet. Toepasselijk genoeg vonden we de film Eat Pray Love met Julia Roberts in Ziggo’s TV-theek. Bedoeld als afleiding, bleek deze prachtige film juist ontzettend confronterend. Een film over persoonlijke verandering, een reis op zoek naar jezelf. Natuurlijk hadden wij, net als hoofdpersoon Elizabeth Gilbert, graag een jaar gereisd om de wereld te ontdekken en onszelf te vinden. En het is niet of die kans nooit hebben gehad, maar allerlei omstandigheden en aardse zaken hebben ons hier – en bij elkaar – gehouden. Nu lijkt de kans om het voorbeeld van Elizabeth Gilbert te volgen, verder weg dan ooit.

Vrijheid

Zoals mijn Lief droomt van een dag zonder pijn, droom ik van een dag zonder verplichtingen. Een film als deze, hoewel gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, blijft fictie. Al hebben we geen kinderen, zijn wij niet vrij om te gaan waar we willen, om te doen wat we voelen. Ben je dat eigenlijk ooit in dit benauwde, kleine land? De halve wereld heeft de mond vol over de “vrijheid” die wij in Nederland genieten en veel immigranten zijn maar al te blij, hier hun thuis te hebben kunnen maken. Maar mijn Lief en ik, geboren en getogen Nederlanders, ervaren die vrijheid helemaal niet zo.

Calvinistisch

Natuurlijk hebben wij hier mogelijkheden, die je elders op de wereld niet of nauwelijks aantreft en voorzieningen, die wij inmiddels haast vanzelfsprekend vinden. Maar we hebben ook een Calvinistisch verleden, dat helaas onze opvoeding – en daarmee het grootste deel van ons leven – heeft gekleurd.
Onze ouders meenden er goed aan te doen, ons de vrijheid van keuze mee te geven. Maar helaas hebben ze zich onvoldoende gerealiseerd, dat zo’n gift een enorme verplichting met zich meebrengt. Je wordt immers wel geacht een keuze te kunnen maken. Maar hoe doe je dat als de keuzes die je krijgt aangereikt niet (voldoende) bij je passen, of je de consequenties van je keuzes niet kunt overzien? Waarom zou je dat als kind ook moeten kunnen?

De druk om toch een keuze te maken, zorgt ervoor dat je uiteindelijk precies het verkeerde kiest. Om aan de verwachtingen van je ouders te voldoen, om erbij te horen, om te mogen deelnemen aan de maatschappij, om alle verkeerde redenen kies je er uiteindelijk voor the right thing te doen: een baan in een vakgebied dat eigenlijk niet bij je past, geld verdienen, sparen. Alles is op de toekomst gericht, maar hoe zit het met het heden? Waarom mag je je werk niet leuk vinden maar het als een noodzakelijk kwaad zien, iets dat je tegen wil en dank doet? En waarom zou je niet mogen genieten in plaats van een leven leiden vol van plichtmatigheden? Die Calvinistische inslag past niet bij ons.

Iedere dag vakantie

Wij geloven juist in het plukken van de dag, ook al maken lichamelijke ongemakken of andere omstandigheden dat soms moeilijk. Omdat we vaker niet dan wel op vakantie kunnen, proberen we thuis van elke dag een vakantiedag te maken. Dat zit ‘m soms in heel kleine dingen, maar waar ‘t om gaat dat we ons tenminste een keer per dag voelen alsof we op vakantie zijn. Bij voorkeur samen natuurlijk, maar ervaren we onverhoopt dat vakantiegevoel als we van elkaar gescheiden zijn, dan hebben we weer wat te delen.

Carpe diem

De dag plukken gaat ongetwijfeld veel beter met een goed gevulde bankrekening en met opties in plaats van beperkingen. Mijn Lief en ik, beiden enig kind, hebben – voor ons gevoel in ieder geval – de eerste helft van ons leven voor anderen geleefd en het heeft ons niet veel meer opgeleverd dan hartzeer en een versleten lijf. Nu zijn we eigenlijk pas begonnen aan een nieuwe fase in ons leven, waarin we meer voor onszelf zijn gaan leven, en voor elkaar.

Ondanks alle tegenslagen geloven we nog steeds in een stralende toekomst, een betere invulling van de tweede helft van ons leven. We werken hard, maar nu omdat we het zelf willen. Niet voor een baas, maar voor elkaar. En the Meaning of Life? Die creëren wij zelf!

1 Reactie »

Vader verhuist

Ik heb dezelfde ogen
En krijg jouw trekken om mijn mond
vroeger was ik driftig, vroeger was jij driftig maar we hebben onze rust gevonden
[Stef Bos "Papa"]

Gisteren is mijn vader voor de laatste keer verhuisd van het ene verzorgingshuis naar het andere, in zijn oude buurt. Mijn ouders gaan erop vooruit. Voor mijn moeder is het dichter bij huis en voor mijn vader zal het comfortabeler wonen zijn, met betere zorg en een eigen kamer. Ik heb rolstoelvervoer geregeld en pakte met mijn moeder zijn spullen in. Veel heeft hij niet. Zelfs toen hij nog kon zien hechtte hij niet aan spullen.

Ik heb gemengde gevoelens als ik aan mijn vader denk. Echt veel heb ik nooit gehad aan mijn vader. En hij niet aan mij.

Misschien ligt het aan het leeftijdsverschil – we schelen 44 jaar – of zijn Antilliaanse cultuurpatroon, waar mijn moeder en ik in de loop der jaren veel van mijn vaders tekortkomingen aan geweten hebben. Misschien is het altijd wel gewoon een kwestie geweest van “het klikt niet”. Begrijp me niet verkeerd – ik houd van mijn vader. Ik kan niet anders. Maar ik mag ‘m niet zo graag. Mijn vader is ook niet zo’n aardige man. Zijn beruchte Antilliaanse charme is aan mij nooit zo besteed geweest. Al leek hij voor de “buitenwereld” zo aimabel, zo gemakkelijk was hij niet om mee te leven. Al die verhalen, die hij graag met verve vertelde en waar hij om werd geroemd hadden wij al zo vaak gehoord en hadden hun magie al lang verloren.

Voetstuk

Vroeger stond hij op een voetstuk, mijn vader, die rijzige, indrukwekkende Antilliaanse man in zijn “uniform” van grijze regenjas en hoed (de eeuwige Borsalino), die me mee uit wandelen nam op zondag. Samen leken we erg op het oude verkeersbord, waarmee een wandelpad werd aangegeven, de “kinderlokker”.
Mijn vader was mijn held, die op zondagmorgen oude rijmpjes en versjes reciteerde en met me op de woonkamervloer zat te lezen.

Ik denk niet dat hij zich ervan bewust was op het moment, maar omstreeks mijn twaalfde viel mijn vader van het voetstuk, dat ik voor hem had gecreëerd, zodra ik constateerde, dat we niet met elkaar konden praten zonder onenigheid en hij zich – naar mijn mening – niet genoeg voor mij interesseerde. Dat hij er een dubbelleven op na hield kon ik niet vermoeden – die ontdekking deden mijn moeder en ik pas vele jaren later. Als benadeelde partij kreeg mijn moeder mijn onvoorwaardelijke steun – natuurlijk. Ik vond het onbegrijpelijk en onverteerbaar dat hij mijn moeder zó had kunnen verraden.

Kloof

Natuurlijk heb ik hem over de jaren nog vaak genoeg nodig gehad. Meestal voor praktische zaken, vooral geld. Op dat gebied stond hij altijd paraat om me te “redden”. Maar emotioneel bleef er een kloof, die nooit meer echt is overbrugd. Na vele pogingen om tot een écht gesprek te komen, heb ik het uiteindelijk opgegeven. Ik ben weinig wijzer geworden en de afstand is gebleven. Mijn vader is niet iemand die zich gemakkelijk uit, zeker niet op ‘t emotionele vlak. En hij bleek inmiddels zo gewend aan draaien en liegen dat hij kennelijk gewoon niet meer anders kon. We zijn als beleefde vreemden voor elkaar.

Sinds april dit jaar zit hij in een verpleeghuis. Praktisch blind, met ouderdomssuiker, slecht ter been en soms in de war. Mijn moeder heeft haar best gedaan, maar gelukkig concludeerden de thuishulpen – terecht – dat ze de zorg niet meer aankon.
Nu de diagnose van beginnende dementie bij hem is vastgesteld, ben ik opnieuw degene die de moeite neemt om binnen te treden in de belevingswereld van de ander. Ik luister wanneer mijn vader weer op zijn praatstoel zit, reageer op wat hij vertelt. Ik vind het moeilijk inschatten wat hij zich nog kan herinneren, wat hij weet over mijn leven.

Vaderdag

Ik was – op mijn moeders dringend verzoek – even langs gegaan bij mijn vader op Vaderdag, altijd een wat misplaatste feestdag binnen ons gezin, die eigenlijk voornamelijk genegeerd werd. Maar mijn moeder had zo met mijn vader te doen dat ik voor haar gemoedsrust maar even bij hem ben gaan kijken. Hij was inmiddels verhuisd naar een andere afdeling dan waar hij was opgenomen, maar dankzij de instructies van mijn moeder vond ik hem snel genoeg. Daar zat hij, in z’n rolstoel, in één van de woonkamers van het verpleeghuis, karakteristiek met zijn hoofd in z’n hand, zoals ik hem zo vaak had zien zitten: zijn “denkhouding”. Ik heb hem nog steeds weinig te melden, maar hij zat gelukkig zelf weer op z’n praatstoel. En hij was blij verrast met mijn bezoek. Op zo’n moment geloof ik héél even, dat ik hem vergeven kan. Maar dan zegt hij weer iets zó stoms en kwetsends, dat ik denk: “laat ook maar”. Het is niet of er ooit nog iets wordt uitgepraat. Zijn olifantengeheugen (dat ik met vele andere eigenschappen van hem heb geerfd) gaat hem verlaten, net zoals zijn gezichtsvermogen dat jaren geleden al deed. Hij koestert prettige herinneringen en lijkt te vergeten wat hij wil vergeten.

Van de rijzige man van weleer is weinig meer over. Hij lijkt te krimpen in z’n stoel. Toch waren de psycholoog en de fysiotherapeut het er over eens: meneer hoort hier niet. Ondanks zijn beginnende dementie is hij erg goed “bij” en is zich bewust van wat er om hem heen gebeurt. En dat liegt er niet om. Mensen die de hele dag door schreeuwen, volledig de weg kwijt zijn. Voor mijn praktisch blinde vader best een beangstigende situatie. Omdat hij zo gewend is, op zijn wenken bediend te worden, heeft hij moeite met vragen om waar hij behoefte aan heeft. Geen prettige situatie dus. Ik mag dan met gemengde gevoelens aan mijn vader denken, maar dit heb ik hem natuurlijk nooit toegewenst.

Zorg

Na meer dan 50 jaar trouwe zorg is mijn moeder voor het eerst van haar leven echt alleen. Het gaat haar goed af. De trots, die haar niet altijd een dienst heeft bewezen, staat haar nu goed. Ze ziet er goed uit, die grote, stijlvolle oudere dame met het zilveren haar. En belangrijker: ze kan zich goed redden in haar eentje. Ik ben trots op haar.

Een oude Antilliaanse man in zijn nieuwe woonkamer

Mijn vader lijkt nu – op zijn manier – tevreden. Na zijn reis met de rolstoelbus hebben we hem geïnstalleerd in zijn nieuwe kamer, om de hoek van de gezamenlijke woonkamer, waar we hem even hadden “geparkeerd”. Natuurlijk was hij liever “thuis” geweest. Maar hij lijkt zich bij zijn lot te hebben neergelegd en te accepteren dat dat geen optie meer is.
We hopen dat hij hier zijn dagen, weken, maanden, jaren enigszins comfortabel kan uitleven. Voor mijn moeder in ieder geval een zorg minder en daarmee voor mij ook.

1 Reactie »

Positief

Hoe moeilijk is het om positief te blijven als je lichaam je in de steek laat? Hoe positief begin je aan een nieuwe dag als je elke dag opstaat met pijn? Hoe leuk is het leven nog met een lichamelijke beperking waar je maar mee “moet leren leven”? Hoe veel plezier beleef je aan een nieuwe dag als je de avond ervoor al weet dat die weer een lijdensweg gaat worden?

Pijn

Mijn Lief leeft dagelijks met pijn. Ik herken het een beetje, omdat ik ooit 10 jaar lang met hoofdpijn opstond. Dat lijkt al weer een mensenleven geleden, en gelukkig is daar geen sprake meer van. Maar ik kan me het gevoel van hopeloosheid nog goed herinneren. Ik kan me alleen nooit helemaal in hem verplaatsen, omdat de pijn zo anders is en wij natuurlijk zo heel verschillend zijn. Hij is ‘n man, maar wel eentje van Venus (Stier) en ik ben ‘n vrouw, maar van Mars (Ram). Hij is gevoelig, ik soms (te) hard. Hij wil niet klagen, maar omdat hij van nature al zo vocaal is, kan hij eigenlijk niet anders. Hij uit zich, ik niet. Zo zitten we in elkaar. Hij gooit ‘t eruit, ik loop er mee rond. Maar ik probeer positief te blijven.

Machteloos

Als je van iemand houdt, is het vreselijk om diegene in zoveel pijn te zien en machteloos te staan, wetend dat er maar zo weinig is dat je kunt doen en er zo veel andere dingen zijn, die je moet doen. Ik kan ‘m masseren. Soms geeft dat even verlichting. De massagetafel staat standaard uitgeklapt, opgesteld in de kamer. Maar ik moet ook werken, ik ben kostwinner. Er lijkt toch al nooit genoeg tijd om aan alle verplichtingen te voldoen. Ik probeer werk- en ondernemerschap te balanceren. Bovenal moet ik positief blijven.

Frustratie

Soms wekt zijn gezondheidstoestand ook bij mij de nodige irritatie op, al is dat niet eerlijk. Maar het kan heel frustrerend zijn, je partner maar op de bank te zien liggen, of op bed, terwijl er zo veel te doen is. Hij kan niet anders, omdat hij eenvoudigweg niet kan zitten of staan. Als hij ligt heeft hij minder pijn. Maar soms voel ik me zo moe, dat ik voor m’n gevoel wel een week kan slapen. Dat kan natuurlijk niet, want er moet gewerkt worden. Maar ook ik heb pijn. Elke dag een nieuw pijntje, lijkt wel. Mijn lichaam protesteert. Ik heb weer vaker hoofdpijn. Het laat zich raden waar dat allemaal vandaan komt. Omdat ik me moeilijk uit, huilt mijn lichaam. Toch blijf ik positief.

Niets ernstigs

Want al is ‘t niet eerlijk, het is ook niet ernstig. Op de schaal van wereld- en persoonlijk leed stellen wij helemaal niks voor, kan het allemaal veel erger. Er is niks bijzonders aan Liefs aandoening. Met pijnstillers en (meer) beweging moet hij zijn leven weer wat meer onder controle zien te krijgen. Natuurlijk is ‘t zuur voor een nog jonge, ooit sportieve en actieve man, om zo beperkt te zijn in zijn bewegingen en mogelijkheden. Op mijn thuiswerkdagen valt het niet mee, getuige te zijn van zijn dag. Hij is niet gewend iets te mankeren en heeft weinig geduld met zichzelf, weet niet wat hij kan verwachten, waar hij goed aan doet. Zijn “gecompliceerde” karakter helpt hem nu zeker niet. Maar bovenal beheerst de pijn zijn hele dag. Zijn humeur en joie de vivre lijden eronder. Zijn toekomst is onzeker, want het werk dat hij ooit deed, kan hij gewoon niet meer. Gelukkig heeft hij nog steeds zijn eigen onderneming, al is ‘t maar op papier. Wat hij ook besluit te doen (en hij heeft zo veel talenten), het kan allemaal onder de paraplu van zijn zaak. Afleiding helpt, en we blijven zo positief als we kunnen.

Huisman

Mijn huisman is stuk en ik moet zelf weer wat meer in het huishouden doen, voor zover hij dat toelaat. Omdat we beiden jaren alleen zijn geweest voor we elkaars pad kruisten, hebben we allebei zo onze eigen manier om dingen te doen ontwikkeld. En die stroken natuurlijk niet met elkaar. Ik doe wat ik kan, als ik er aan denk, tussen het werken door. Er zijn ergere dingen.

Ergere dingen

Er zijn mensen met vreselijke, levensbedreigende ziektes. Mensen met een nog veel beperkter leven en een onzekere toekomst. Mensen die geliefden verloren of gaan verliezen. Mensen met ernstige geldproblemen, mensen zonder water of voedsel. Eenzame mensen. In vergelijking hebben we het goed.

Relativerend mogen we niet klagen, moeten we niet zeuren. En blijven we positief.

reaching for heaven

reaching for heaven

3 Reacties »

Het Lot

Het Lot is een raar fenomeen. Sommigen geloven er heilig in, anderen pertinent niet. Gebeurt alles in je leven werkelijk met een reden? Maar waarom is die reden ons dan vaak zo onduidelijk? Aan de andere kant: lijkt ‘t leven niet een aaneenschakeling van futiliteiten, als er geen sprake zou zijn van lotsbestemming? Misschien getuigt het wel van een fatalistische inslag, dat ik in Het Lot geloof. Maar ik kan met volle overtuiging zeggen, dat ik voor veel omstandigheden in mijn leven niet (bewust) gekozen heb. Ze zijn me overkomen: ‘Life is what happens when you’re busy making other plans‘. Dat slaat precies op mij. Want hoe ik ook plan, overweeg of vooruit kijk, er komt altijd iets tussen, een of andere omstandigheid waardoor ik mijn plannen moet wijzigen of zelfs laten varen.
‘Dat heeft toch iedereen’, zul je zeggen. Jawel, maar tot op zekere hoogte!

Niet dat ik ongelukkig ben, integendeel! Het Lot, die vreemde aaneenschakeling van schijnbare toevalligheden, is ook verantwoordelijk voor de mooiste dingen in m’n leven. Ik geloof dat er tegenover iedere ontbering, elk verdriet, een ‘beloning’ staat. Een positief om de balans niet te laten doorslaan naar louter negatief.

Mijn Lief gelooft dit ook. En dat komt goed uit. Immers, er is zo veel meer dan toevalligheden dat ons verbindt. We hebben lang gewacht en veel moeten verduren voordat we elkaar mochten vinden door een gemeenschappelijke vriendin. ‘Waar was je toch al die tijd?’, hebben we beiden wel eens verzucht. Nog niet klaar? Nog niet uitgeleerd? Feit blijft dat we elkaar uiteindelijk toch hebben gevonden, terwijl we niet eens (meer) op zoek waren. Het voelde goed, niet meer alleen hoeven staan in een harde wereld, met een ‘ afwijkend’ gedachtengoed, een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel en hypersensitiviteit. En al waren we er niet op uit, we zijn bij elkaar gebleven vanwege al die ‘toevallige’ overeenkomsten. Sommigen vinden ons ‘klef’, anderen vinden het ongezond dat we zo voor elkaar leven. Ik heb zelf ook echt wel mijn twijfels gehad. Maar als Het Lot beslist, wie zijn wij dan om daar tegen in te willen gaan?

We hebben de nodige tegenslagen en teleurstellingen moeten overwinnen. Nog steeds hebben we het niet gemakkelijk. Als ‘late starters’ in het leven, die nu pas, hij begin en ik medio 40, beginnen te ervaren wat iedereen al lijkt te weten, heb je het vooral bij instanties niet gemakkelijk. Wij passen niet in een hokje. Het niet weten wat we wilden na onze schooltijd, ons gebrek aan diploma’s en ons overschot aan levenservaring is ons duur komen te staan. We hebben overal voor moeten knokken, er is weinig dat ons gemakkelijk af ging.
Dat kan wel eens zuur zijn, vooral wanneer we anderen gadeslaan, die het schijnbaar zonder enige moeite voor de wind lijkt te gaan. Maar aan de andere kant zijn we – behoudens een enkel pijntje en ongemakje – gezond. Dat is een mooie ‘beloning’, die ons ook in staat stelt te blijven strijden voor waar we in geloven. Een balans.

Beiden voelen we ons eerder gestuurd door Het Lot dan werkelijk vrij, wat we zo graag eens zouden ervaren. Onze vaak zo weloverwogen keuzes blijken altijd een prijskaartje te hebben. Maar er zit niet veel anders op dan de klappen te incasseren, onze zegeningen te tellen, creatief te denken en te volharden in onze overtuigingen. Vrij van geest waren we altijd al. Nu de rest nog.

2 Reacties »